Vanmorgen bespraken wij thuis het huishouden. Mijn vrouw Marian vond dat ik meer in huis moest doen. Een bekend en hardnekkig probleem. Nou ja probleem, voor mij is het helemaal geen probleem, voor haar wel.

Ik heb daar een standaardoplossing voor: ik mis de competenties om het huishouden goed te doen en, by the way, ik wíl het huishouden helemaal niet goed kunnen! Verzet! Komt door jarenlange verwennerij door mijn moeder, dat weet zij ook wel! En dan zeg ik…. waarom huur je niet een schoonmaakster in?

Niets irriteert mijn vrouw meer dan dat. En ik snap dat ook. Ik begrijp namelijk best dat deze taakverdeling helemaal niet over de inhoud – het huishouden – gaat. Het gaat om een gevoel van evenredigheid en fairness: doen wij allebei ons best genoeg en wat gunnen wij de ander?

Ik zeg: delegeren die taak. Huur een schoonmaakster in. Wat een vreugde! Kost wat, maar wat levert het niet allemaal op… zielenrust, een perfect schoon huis, vrije tijd, etc, etc.

Waarom vertel ik dit? Wie interesseert zich nu voor mijn huiselijke beslommeringen (na dertig jaar huwelijk nog steeds…). Het komt door de overal opduikende “taakdelegatie door bedrijfsartsen”.

We weten het allemaal: de natuurlijke reactie van mensen bij een door henzelf gecreëerd probleem is om niet het probleem te herdefiniëren en anders op te lossen, maar om een nieuwe structuur te bedenken die het probleem zal gaan oplossen. Wij noemen dat: instrumenteel denken. Trek een instrument uit de kast en dat gaat het probleem voor je oplossen. Commissietje instellen en die gaat er over nadenken, u kent ‘t wel.

Denk aan de files: er zijn te veel auto’s en daardoor files en vervuiling. In essentie een door onszelf gecreëerd probleem. De oplossing: we gaan als ‘instrument’ meer wegen aanleggen. We weten best dat dat niet gaat werken, toch doen we het. Anders gedefinieerd is het probleem namelijk niet “teveel auto’s”, maar (te) veel mobiliteit en geen (?) andere vervoersoptie dan de auto. Door meer wegen te bouwen, versterk je zelfs het probleem. Er komen meer bewegingen, want het gaat gemakkelijker (tijdelijk). Voordat de nieuwe wegen er liggen, zijn ze al vol, dat is de praktijk!

We zullen straks zo’n 1.600 bedrijfsartsen nodig hebben!

Zo ook bij bedrijfsartsen. We hebben in onze wetgeving en richtlijnen steeds meer behoefte aan bedrijfsartsen gecreëerd. De nieuwe Arbowet, Poortwachter, de arbeidsarts, etc. Alles en iedereen vraagt om heel veel bedrijfsartsen. Nu al is er een tekort en dat zal door natuurlijk verloop alleen maar toenemen. De nieuwe wetgeving plus de ideeën over een arbeidsarts, waardoor iedereen – ook zzp-ers – iets van zorg door een bedrijfsartsachtige moeten hebben, zal zorgen voor een tekort van naar mijn schatting: 20 procent in 2020. Zijn er straks 1.300 bedrijfsartsen, we zullen er 1.600 nodig hebben!

Er zijn nu en ook straks lang niet genoeg bedrijfsartsen en al helemaal niet genoeg goede bedrijfsartsen. En iedereen wil een goede bedrijfsarts, maar dat kan niet. Als we “goed” definiëren als: beter dan de 80 procent anderen, dan is – in de Gausse Kromme van kwaliteit van bedrijfsartsen – de helft gemiddeld en slechts 20 procent goed. 20 procent is slecht. In plaats van de wet te veranderen, of de regelgeving slimmer te maken en zo juist minder behoefte aan het ‘instrument’ bedrijfsartsen te kweken, gaan we taakdelegeren. Een nieuw instrument erbij.

Taakdelegeren dus, een soort “extra wegen” aanleggen. Dat lost niets op, maar creëert wel een nieuw probleem. Laten we het zo zeggen: op papier is het straks opgelost, maar in de praktijk zal dat niet zo zijn.

Bedrijfsartsen worden opgeleid tot God, de discipelen kijken omhoog en moeten hun eigen weg maar vinden

Ten eerste: geen enkele bedrijfsarts is namelijk ingericht op taakdelegatie. Sterker nog: geen enkele arts is ingericht op taakdelegatie. Dat kunnen wij artsen helemaal niet. Kan niet. Willen we ook niet. Zit niet in ons systeem. Kunnen we ook niet leren. We worden opgeleid tot God, de discipelen kijken omhoog en moeten hun eigen weg maar vinden.

Commercieel gezien is taakdelegatie wel een goudmijn: organiseer per bedrijfsarts minimaal vier andere deskundigen, bijvoorbeeld big-geregistreerden, consulenten, werkvermogenspecialisten, etc. – en je verdient eindelijk geld op een bedrijfsarts.

Ten tweede: Wat gebeurt er als we wél gaan delegeren? Net als de huisarts, die ook al geen taken kan delegeren, zal de bedrijfsarts dan tien minuten spreekuur gaan draaien, betaald door werkgever of zorgverzekeraar. De bedrijfsarts is overal verantwoordelijk voor, maar weet totaal niet meer wat er gebeurt. De taakgedelegeerde zal veel handelingen gaan overnemen, maar koppelt niet terug want daar is geen tijd voor. Het gebeurt nu al: veel arbodiensten marginaliseren de bedrijfsarts, want hij is schaars en duur. Alles in logistieke kannen en kruiken, dat wel.

Wat zal er gebeuren: op papier is alles afgedekt, in de praktijk niet. Alleen de tuchtrechter maakt zich zorgen, de markt niet. Wet afgedekt. Resultaat? Geen idee. Misschien werkt het wel.

Tenslotte – en daar raak ik aan de essentie van de wetgeving – er is helemaal geen bedrijfsarts nodig in de meeste gevallen! Op een of andere manier denken wij dat door de persoon van bedrijfsarts in de wet te benoemen, dat alles dan goed komt, in instrumenteel opzicht dan. Als er maar het woord “arts” in staat, dan komt het wel goed. We weten toch hoe de kosten van de ziektekosten uit de pan reizen, namelijk door steeds verdere medicalisering en taakdelegering van problemen.

Er is in de meeste gevallen helemaal geen bedrijfsarts nodig!

Laten we het probleem “er zijn te weinig bedrijfsartsen” eens herdefiniëren. Wat is het probleem dan wel? Willen we bereiken dat al die taken wel gedaan worden, ook al zijn er te weinig bedrijfsartsen?

Nee, we willen namelijk helemaal niet bereiken dat “de taken van de bedrijfsarts gedaan worden”! Wat willen we in essentie dan wel bereiken met al die bedrijfsartsen en geboden in de wetgeving:

  • we willen dat er slim en goed wordt gere-integreerd
  • we willen dat beroep gebonden ziekten verminderd worden
  • we willen dat mensen niet uitvallen, lekker doorwerken
  • we willen dat mensen veilig en prettig werken
  • we willen dat mensen trots zijn op hun werk en zich verbonden voelen. Want werk maakt gelukkig…

Bedrijven zouden hier op kunnen en misschien wel moeten sturen. Gewoon, omdat we dat met zijn allen belangrijk vinden. Is het ook, toch? Het idee van de mens als Human Factor, waarbij hij zijn maximale best en zijn talenten inzet voor the greater good of production, is voorbij. Autonomie en zelfsturing zijn de moderne, post-kapitalistische termen. Daar passen bovenstaande doelen heel goed bij, want ze zijn per definitie doelen die door de medewerkers zelf zijn te realiseren. En wat is er mooier dan werknemers die regie voeren over hun werk en hun gezondheid in het werk? Retorische vraag natuurlijk, het is namelijk best eng, medewerkers die regie gaan voeren…

Nou, bescheidener dan. Neem als doelstelling: “wij hebben in 2018 geen uitval als gevolg van verzuim:. Er is namelijk geen noodzaak voor verzuim- of beroepsgebonden aandoeningen. Je kunt daar je bedrijf op inrichten. Bedrijfsarts voor nodig? Ja, als adviseur-specialist in gezond werken.

En waarom zouden we niet op deze prachtige doelen gaan managen en ook handhaven? Dat gaat ons heel veel leed en vele miljarden besparen. Ik stel het volgende voor: over vijf jaar heeft elk bedrijf een verzuim van maximaal 2 procent, er zijn geen beroepsziekten meer en medewerker zijn vitaal en workabel.

Utopie? Welnee, gebeurt al. Concurrentiekracht gaat zo achteruit? Dat dachten we ook bij milieumaatregelen en duurzaamheid. Deze blijken een zeer interessante motor van de economie te zijn.

Elk probleem hangen aan een bedrijfsarts is toch wel heel drastisch instrumenteel gedacht

Waarom stellen bedrijven op deze gebieden weinig doelen? Misschien omdat ze denken in instrumenten in plaats van resultaten. Become a Healthy company! Dan wordt het inhuren van deskundigen plotseling erg interessant… Soms zal dat de bedrijfsarts zijn, soms een ander. Het is goed om sommige – zeker persoonlijke – zaken onder de BIG en de WBGO te laten vallen. Dat is zorgvuldig en sommige zaken zijn gewoon medisch ingewikkeld. Maar de boel omdraaien door iedereen en elk probleem te hangen aan een bedrijfsarts is toch ook wel heel drastisch instrumenteel gedacht.

En wat is nu het resultaat van al die wetgeving, Poortwachter etc.? Bereiken we onze doelen? Daar weten we weinig van, maar daar gaat het wel om. Meer snelweg betekent meer auto’s. Doel niet bereikt. Meer taakgedelegeerden betekent meer kosten en meer consulten, meer vraag, meer problemen. De problemen worden niet opgelost, maar logistiek weggewerkt.

Dus: een taakgedelegeerde inzetten is als extra wegen aanleggen om files op te lossen. Herdefinieer het probleem en stel doelen in plaats van instrumenten inzetten.

Ik heb ondertussen drie stofzuigers gekocht. Instrumenteel, ik weet het. De werkster kwam er niet in. Heb ik nu geen ruzie meer?

Pieter de Jongh is zelfstandig bedrijfsarts en directeur van Van Altena & de Jongh bedrijfsartsen BV

© BG magazine