7 tips om burn-out bij uw werknemers te voorkomen

Burn-out, (werk)stress en andere psychische klachten taboe?

0
1515
Artikel

De meeste mensen vertellen wel aan hun omgeving dat ze een griepje hebben, of een hernia of andere fysieke klacht, maar praten over (de eigen) psychische problemen doet bijna niemand.

Hoort u wel eens van uw medewerkers dat ze depressief zijn en daardoor slecht slapen, of dat ze met het lood in de schoenen naar hun werk gaan vanwege de stress op kantoor? Weet u of uw collega tegen een burn-out aanzit? Nee, dat weet u waarschijnlijk niet want dat soort zaken bespreken de meeste mensen niet met hun collega’s of hun baas.

Hoe komt u er dan achter als het niet goed gaat met een van uw medewerkers? Wat is PSA precies en wat kunt u zelf doen om psychische klachten als werkstress en burn-out bij uw medewerkers te voorkomen? Heeft u PSA bijvoorbeeld opgenomen als een risico in uw RI&E (Risico-Evaluatie en Inventarisatie)?

Wat betekent PSA?

PSA is een relatief nieuw begrip, geïntroduceerd in de Arbowet in 2007 en betekent psychosociale arbeidsbelasting, oftewel werkgerelateerde stress, dus stress veroorzaakt door werkdruk. Hieronder vallen alle factoren die bij het werk stress veroorzaken, (zoals te hoge of te lage) werkdruk, maar ook arbeidsconflicten, agressie en geweld, seksuele intimidatie en pesten op het werk.

Niemand wil het stempel “psychisch niet in orde” krijgen

Mensen schamen zich om te zeggen dat ze last van PSA hebben, omdat psychische klachten nog steeds niet echt bespreekbaar zijn. Niemand wil het stempel “psychisch niet in orde” krijgen. Ik ben toch niet gek!, denken de meeste mensen. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om burn-out door PSA of stress vanwege privéredenen. Je vertelt je collega niet dat je, om wat voor reden dan ook, de balen hebt van je werk en daar ‘s nachts wakker van ligt, en aan je baas vertel je al helemaal niets natuurlijk. Soms is dat ook helemaal niet nodig omdat het klachten van voorbijgaande aard zijn.

Maar wat als de klachten langer aanhouden en een medewerker daardoor niet meer goed functioneert op het werk? Wat gebeurt er als hij niet over zijn problemen kan praten en zich daadwerkelijk ziek meldt?

Verzuim door werkstress: volksziekte nummer 1

Het is duidelijk: op psychische problemen rust nog steeds een taboe, zéker op de werkvloer. Maar het is ook een feit dat PSA inmiddels volksziekte nummer één is geworden en daarmee de grootste veroorzaker van langer verzuim in Nederland.

Volgens TNO waren psychische klachten, overspannenheid of burn-out – naast klachten aan het bewegingsapparaat – al in 2015 verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het totaal aantal ziekteverzuimdagen in Nederland. Het CBS stelt dat psychische klachten als oorzaak van verzuim qua aantal inmiddels gestegen zijn van een op de drie naar een op de twee verzuimgevallen.

Steeds meer mensen – en dus werknemers – van alle leeftijden lijden onder psychische klachten: van depressie en angststoornissen tot autisme en burn-out. Het gaat dus niet alleen om psychische klachten veroorzaakt door werkdruk of werkstress.

Goed, dat weten we inmiddels wel zult u misschien denken, iedereen heeft weleens stress. Maar veel belangrijker is: doet u als werkgever er genoeg aan om PSA bij uw werknemers te voorkomen? En zo niet, wat zou u er zelf aan kunnen doen?

Zeven manieren om burn-out onder je werknemers te voorkomen

Het lijken misschien open deuren, maar toch kunt u een positief resultaat bereiken door preventief op te treden en de volgende tips te volgen:

  1. Toon betrokkenheid
    Neem regelmatig de tijd een praatje met uw medewerkers te maken zodat u weet wat er speelt.
  2. Blijf positief naar uw medewerkers
    Geef eens een compliment en spreek positieve verwachtingen uit. Iedereen vindt het fijn gewaardeerd te worden en blije medewerkers presteren beter.
  3. Signaleer negatieve veranderingen
    Het gedrag van mensen met psychische klachten verandert vaak, zo ook hun werkhouding. Sommigen trekken zich terug in hun schulp, anderen worden juist meer aanwezig of geïrriteerd. Ineens werken ze vaak over, komen juist vaker te laat of melden zich regelmatig een dag ziek. Het is daarom belangrijk de tijd voor uw medewerkers te nemen en interesse te tonen om ze beter te leren kennen en zo negatieve signalen te (h)erkennen.
  4. Verlaag de drempel om hulp te zoeken
    Laat blijken dat psychische problemen bespreekbaar moeten zijn. Ook op het werk en met collega’s. Organiseer bijvoorbeeld een evenement onder werktijd, met als thema (werk)stress en burn-out. Nodig een specialist uit op dit gebied die uitnodigt tot discussie. Zo wordt PSA herkenbaar en daarmee meer bespreekbaar.
  5. Zorg voor een goede balans tussen werk en vrije tijd
    Als de werkdruk heel hoog is of juist te laag, raken medewerkers gestrest en daarmee vatbaarder voor psychische klachten. Ga in gesprek als u merkt dat een medewerker (te) vaak overwerkt, maar ook als u ziet dat een medewerker zich verveelt in zijn werk. Overtuig uw medewerkers ervan dat ze hun werk niet mee naar huis nemen. Vrije tijd is om te ontspannen, niet om te werken. Zo deed het bedrijf Google een test en liet medewerkers hun mobiel en laptop aan het eind van de werkdag inleveren zodat ze letterlijk hun werk niet mee naar huis konden nemen. Dit bleek een zeer positief effect te hebben op het stresslevel van de medewerkers.
  6. Blijf communiceren
    Laat merken dat problemen bespreekbaar zijn. Zorg dat uw medewerkers hiervan op de hoogte te zijn, dat ze (discreet) naar een daarvoor aangewezen vertrouwenspersoon kunnen bijvoorbeeld.
  7. Zorg voor een gezonde werkcultuur
    Besteed aandacht aan een thema’s als beweging – bijvoorbeeld middels een fietsenplan – en gezond eten, zet bijvoorbeeld fruitmanden neer. Zorg ook dat het kantoor gezellig is. Daarmee laat u zien dat u het welzijn en de gezondheid van uw medewerkers belangrijk vindt en zullen ze eerder geneigd zijn uw voorbeeld te volgen.

Het lijkt allemaal logisch, maar toch kunt u door deze tips te volgen meehelpen aan het verminderen van PSA. Uit eerder onderzoek van HR Navigator bleek al dat werkgevers verschillend omgaan met de aanpak van PSA.