Het vaststellen of een werknemer die volledig arbeidsongeschikt is dat ook duurzaam is, blijkt niet altijd een eenvoudige opgave voor artsen van het UWV.

Is er géén of slechts een geringe kans op herstel, dan volgt een IVA-toekenning. IVA uitkeringen worden niet zoals bij de WGA het geval is, gedurende maximaal tien jaar op werkgevers verhaald. Een goede beoordeling is dus van groot belang.

Artsen van het UWV worstelen geregeld met de beoordeling van de kansen op herstel. Het lijkt er op alsof soms te makkelijk wordt gekozen voor de stelling dat herstel nog mogelijk is. De motivatie waarom dat het geval is en hoe herstel nog zou kunnen worden bewerkstelligd, blijft dan vaag.

Als voorbeeld daarvan beschrijf ik in deze publicatie de casus van Conny.

Re-integreren op eigen afdeling

Conny werkt 32 uur per week als bejaardenhelpster als zij in 2014 uitvalt door een hersenbloeding. Er ontstaat medisch gezien een complexe situatie waarvoor een ingrijpende operatie en langdurige revalidatie nodig is. Er blijven daarna echter forse beperkingen.

Er is gepoogd om Conny te re-integreren op haar eigen afdeling via het doen van lichte klussen, maar dat lukt niet door problemen met aandacht, geheugen, het nemen van initiatief, alertheid en bij het moeten inspelen op meerdere situaties tegelijk. Conny heeft teveel collegiaal toezicht nodig.

Functionele Mogelijkheden Lijst

Na twee jaar ziekte volgt de WIA-aanvraag en ook een onderzoek door een verzekeringsarts. De UWV-arts stelt vast dat er voldoende aan re-integratie is gedaan. Medisch gezien is Conny niet volledig arbeidsongeschikt, omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden daarvoor. Conny is – bij einde wachttijd – niet in een ziekenhuis of zorginstelling opgenomen, is ook niet volledig ADL afhankelijk (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) en is in staat tot persoonlijk en sociaal functioneren. De UWV arts stelt daarom een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op.

Omdat de arbeidsdeskundige door de forse beperkingen geen geschikte functies kan vinden in het UWV-systeem – het CBBS – wordt een WGA-uitkering toegekend. De beschikking geeft aan dat Conny volledig arbeidsongeschikt is maar dat er een méér dan geringe kans op herstel zou kunnen zijn.

Verbetering van belastbaarheid?

De werkgever maakt bezwaar omdat hij twijfels heeft op Conny’s kansen op herstel. Na enige tijd ontvangen wij als gemachtigde partij het dossier inclusief de medische rapportages. Bestudering van de stukken levert een opmerkelijk beeld op. Er komen in het dossier twee medische onderzoeksverslagen (MO) voor en ook twee FML’s. De dateringen liggen kort na elkaar.

In het eerste MO en de bijbehorende FML legt de verzekeringsarts vast dat verbetering van de belastbaarheid niet of nauwelijks valt te verwachten. In het tweede MO staat dat de klachten en beperkingen hooguit nog beperkt verder zullen verbeteren. De tweede FML vermeldt dat de verwachting over verbetering van de belastbaarheid redelijk tot goed zou zijn? Is dat niet gek!

IVA-uitkering

In het bezwaar gaan wij in op de merkwaardige verschillen in de MO’s en de FML’s, en ook op het feit dat UWV de aanleiding voor de wisselende uitkomsten niet nader motiveert.

Wij wijzen UWV erop dat Conny al in maart 2014 is uitgevallen wegens een forse hersenbloeding en dat het ‘Verzekeringsgeneeskundig protocol beroerte’ aangeeft dat twee jaar na een beroerte géén herstel meer mag worden verwacht als gevolg van stoornissen die voortkomen uit een beroerte. Als dit bij Conny anders mocht zijn, dan wordt dit door de UWV arts niet gemotiveerd.

Tijdens de hoorzitting geeft de dienstdoende bezwaarverzekeringsarts al snel aan dat er aanleiding is om af te wijken van de visie van zijn primaire collega over de duurzaamheid van de beperkingen. Een dergelijke openhartigheid is best uitzonderlijk!

Kort daarop ontvangen wij de schriftelijke bevestiging dat al bij einde wachttijd een medische eindsituatie is bereikt en dat Conny bij einde wachttijd daarom toch recht heeft op een IVA-uitkering.

Op de merkwaardige handelwijze van de primaire verzekeringsarts komt men niet terug, terwijl een toelichting wel verhelderend zou zijn geweest. Bij gebrek aan toelichting houden wij het vooralsnog op het dwalen van de primaire verzekeringsarts: het niet kunnen kiezen tussen de aanwezigheid van wél of géén mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid. Maar zeker is dat niet!

Controle WGA-besluit

Zeker is wel dat in situaties zoals deze bezwaar maken uiterst effectief kan zijn. Het zondermeer als juist accepteren van een UWV-besluit kan werkgevers maar ook werknemers de nodige schade berokkenen. Het (laten) controleren van een WGA-besluit middels bezwaar kan bijdragen aan een andere, meer reële uitkomst.

Dat de overstap van WGA naar IVA niet altijd zo snel gaat als in deze zaak wordt duidelijk als u ook de volgende artikelen leest over duurzaamheid van volledige arbeidsongeschiktheid die hier binnenkort zullen verschijnen.

Ad van Lieshout, L&M sociale zekerheid

© BG magazine