Het regeerakkoord is sinds vorige maand – oktober 2017 – een feit en het nieuwe kabinet heeft ook op het terrein van de arbeidsongeschiktheidsregelgeving het nodige in petto.

In deze publicatie neem ik u mee in een aantal relevante ontwikkelingen en voornemens van het kabinet om de arbeidsongeschiktheidsproblematiek in de hand te houden.

Vergrijzing

Het grote thema dat relevant is voor de ontwikkeling van de WIA is de vergrijzing van de beroepsbevolking in relatie tot het risico op de WIA-instroom van de oudere werknemer.

Op 14 oktober 2017 publiceerde het CBS cijfers inzake de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie van ouderen; er blijken tweemaal zoveel 55-plussers te werken in 2016 ten opzichte van 2003. Uit het kennisverslag 2017-8 van het UWV blijkt dat tussen 2014 en 2016 de instroom van de 60-plussers in de WIA is gestegen met 43 procent. In de periode 2012–2014 nam het aantal werkenden toe met 20 procent. De instroom
in de WIA stijgt derhalve ruim twee keer zo snel dan het aantal werkenden van 60-plus.

Wat we tot nu toe zien, is vooral het effect van het afschaffen van de vervroegde uittredingsregelingen. De verhoging van de AOW-leeftijd heeft nog geen direct effect op de arbeidsongeschiktheidskans. Het UWV schat in dat de WIA-instroom in 2025 circa 10 procent hoger is dan in 2016 vanwege de verhoging van de AOW gerechtigde leeftijd.

Het huidige kabinet houdt vast aan die verhoging in samenhang met de ontwikkeling van de levensverwachting. Daarom is het reëel te veronderstellen dat de instroom in de WIA de komende jaren zal toenemen. Gezien de toename in 2016 en de eerste helft van 2017 – van respectievelijk 13 procent en 6 procent – zou je de inschattingen van het UWV – 10 procent hoger in 2025 – conservatief kunnen noemen.

Premiedifferentiatie WIA

Werkgevers hebben veel kritiek op de wijze waarop de rekening voor de arbeidsongeschiktheidsproblematiek bij hen wordt neergelegd. Het kabinet reageert hier onder andere op met een voorgenomen verkorting van de toerekeningsperiode premiedifferentiatie of eigen risico van tien naar vijf jaar.

Dit is naar mijn mening deels een sigaar uit eigen doos, want uit UWV statistiek blijkt dat in de eerste maanden van 2017 zowat een derde van de WGA-instroom bestaat uit mensen van 55 jaar en ouder, een behoorlijk deel van de spreekwoordelijke sigaar zou ik denken.

Premiedifferentiatie terugbrengen naar 5 jaar is een sigaar uit eigen doos

Vast werk en flexwerk

Enkele andere onderdelen van het regeerakkoord zullen eveneens van invloed zijn op de WIA-instroom. Zo wil het kabinet vast werk minder vast maken en flexwerk verder terugdringen.

Dit zal waarschijnlijk een verlagend effect hebben op de WIA-instroom, omdat mensen een dienstverband hebben waar ze op terug kunnen vallen. De instroom van vangnetters – zoals werknemers met een tijdelijk contract – in de WIA was tenslotte in 2012 reden voor de invoering van wet BEZAVA.

Op de korte termijn moeten we ons daarover naar mijn mening (nog) niet teveel van voorstellen. Het effect zal pas op langere termijn optreden omdat werkgevers eerst weer overtuigd moeten raken dat een vast dienstverband niet tot onevenredige aansprakelijkheid leidt.

Eigenrisicodragers WGA

Er is veel kritiek op de sanctioneringspraktijk van het UWV. Evenals het vorige kabinet is ook het huidige kabinet voornemens om de sanctioneringsbevoegdheid van het UWV in te perken voor WGA eigenrisicodragers. Het UWV kan dan alleen nog een sanctie opleggen wanneer een eigenrisicodrager bij de WIA-aanvraag onvoldoende stukken aanlevert als gevolg van zijn eigen falen.

Ik verwacht dat de betrokken verzekeraars eigen maatregelen zullen gaan treffen om schadelastpreventie bij hun klanten – de eigenrisicodragers – te bevorderen.

Arbeidsongeschiktheidscriterium

Het kabinet wil de instroom in de WGA ook beperken door wijziging van het arbeidsongeschiktheidscriterium van drie gangbare functies met drie arbeidsplaatsen naar negen arbeidsplaatsen, ongeacht het aantal functies. Hierdoor zal het UWV in meer beoordelingen kunnen constateren dat iemand nog in staat is om arbeid te verrichten en zal iemand sneller in de categorie minder dan 35 procent arbeidsongeschiktheid worden ingedeeld.

Dit lezende bekruipt mij het gevoel nu toch echt ouder te worden. Toen ik dertig jaar geleden als arbeidsdeskundige startte bij de toenmalige Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) was het criterium als volgt: vijf passende functies met ieder minimaal tien arbeidsplaatsen.

Er hebben verschillende verschuivingen plaatsgevonden, zoals:

  • van passend, rekening houdend met opleiding, arbeidsniveau, reisafstand en dergelijke, naar gangbaar: alles wat je kunt, of je het nou leuk vindt of niet, binnen de grenzen van Nederland;
  • het getalscriterium geknepen van minimaal vijftig functies naar minimaal negen functies;
  • last but not least is de drempel om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering opgehoogd van 15 procent verlies aan verdienvermogen naar 35 procent. Een mooi staaltje statistiek om de boekhouding op orde te krijgen, daar worden we steeds beter in!

Loondoorbetaling

Het nieuwe kabinet heeft ook besloten dat kleine werkgevers (minder dan 25 medewerkers) teruggaan naar één jaar loondoorbetaling in plaats van twee. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan het heersende sentiment, maar ik vraag me af of het kleine werkgevers ook daadwerkelijk gaat helpen…

Kleine werkgevers hebben over het algemeen een verzuimverzekering inclusief arbodienstverlening afgesloten voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte en het probleem voor kleine werkgevers ligt dan ook veel meer bij de poortwachterverplichtingen. De deskundigheid van kleine werkgevers ontbreekt vaak om hier adequaat invulling aan te geven en de arbodienstverlening wordt als niet voldoende ondersteunend ervaren. Bij een eventuele loonsanctie door het UWV is de impact voor de bedrijfsvoering zeer groot in relatie tot de totale loonsom.

Het probleem voor kleine werkgevers ligt veel meer bij de poortwachterverplichtingen

Bevorderen re-integratie

Uitbreiding van de WGA categorie 35/80 naar 35/99 zal in een enkel geval re-integratiebevorderend kunnen werken en vergroot de rechtsgelijkheid tussen grootverdieners en kleinverdieners. Nu komt deze groep al snel in aanmerking voor 80/100 WGA en daarom automatisch in aanmerking voor een loonaanvullingsuitkering die aan het oude loon is gerelateerd na de loongerelateerde periode. Volgens de kabinetsplannen krijgen ze deze alleen wanneer ze werken. De eerste groep wordt dan niet langer bevoordeeld.

Uit CBS statistiek blijkt dat de beleving van arbeidsmogelijkheden niet geheel synchroon loopt met de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling – de functieduiding – door UWV: 80 procent van de WIA-gerechtigden is van mening niet te kunnen werken. De wijziging naar 35/99 zal de vraag naar en druk op WGA-hiaat verzekeringen doen toenemen. Wanneer de uitkeringsgerechtigde in kwestie niet voldoet aan de inkomenseis komt hij namelijk nog slechts in aanmerking voor een vervolguitkering die niet gerelateerd is aan zijn oude salaris maar aan het minimum loon.

Re-integratiebevordering wordt ook nagestreefd door een maatregel waarbij de uitkeringsgerechtigde bij een hoger verdienvermogen toch recht houdt op de uitkeringsrechten die horen bij de oorspronkelijke inschatting door het UWV gedurende vijf jaar.

Een voorbeeld: stel, het UWV heeft ingeschat dat je nog € 1.500,– kunt verdienen en je vindt een baan waarbij je € 2.500,– verdient, dan wordt dit inkomen wel verrekend met je uitkering maar het recht op uitkering wordt eerst na vijf jaar verlaagd in tegenstelling tot de huidige praktijk.

Dit is naar mijn mening een goede maatregel die waarschijnlijk niet zal leiden tot aanzienlijke kostenverhogingen voor de verzekeraar en in lichte mate verlagend werkt voor de re-integratiedrempel.

Beschut werk

Tot slot wil ik de hernieuwde belangstelling voor beschut werk noemen: de uitbreiding met 20.000 arbeidsplaatsen binnen de Sociale Werkvoorziening. Dit biedt nieuwe kansen voor mensen die in reguliere arbeid niet aan de slag kunnen en is daarom een mooie maatregel, maar wel een druppel op een gloeiende plaat.

Toch komt er ook hier weer een addertje onder het gras vandaan, want de financiering vindt plaats door vervanging van loonkostensubsidie (tot het niveau van het minimumloon) door loondispensatie (tot het niveau van bijstand).

Conclusie

  • het kabinet gaat door in een traditie van statistiek bedrijven, schaven en snijden om de boekhouding op orde te houden door middel van aanpassing van het arbeidsongeschiktheidscriterium en enkele maatregelen die de schijn hebben van tegemoet komen aan sentimenten.
  • Het systeem wordt steeds complexer en komt ook steeds verder af te staan van de beleving van ‘gewone’ mensen, om die term ook maar eens te gebruiken.
  • De arbeidsongeschiktheidslasten, die samenhangen met het verhogen van de AOW leeftijd, neemt het kabinet voor lief en worden neergelegd bij de werkgever.

Nico van Hemmen, Human Capital Alert.

© BG magazine