In bezwaar en (hoger) beroep komt het regelmatig voor dat het UWV zich beroept op een medische rapportage van zijn eigen deskundige: de verzekeringsarts.

Bij veel rechtzoekenden leidt dit tot grote frustraties; is deze medisch deskundige wel onpartijdig? Of is dit een typisch geval van de spreekwoordelijke slager die zijn eigen vlees keurt…

Hetzelfde geldt voor andere deskundigen die in opdracht van het UWV onderzoek verrichten. De Centrale Raad van Beroep heeft, samen met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, recent uitgangspunten voor de rechter ontwikkeld in zaken waarin de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige.

Geen recht op WIA-uitkering

In deze kwestie die speelde in juni 2017 ging het om een (oud) werknemer die als allround medewerker in de bouw had gewerkt. Hij belandde in de WW, werd ziek en vroeg uiteindelijk een WIA-uitkering aan.

De WIA-uitkering werd echter geweigerd omdat de arbeidsdeskundige een arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelde van 20,11 procent. De verzekerde was daardoor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt en kon geen aanspraak maken op een WIA-uitkering.

Het bezwaar van de verzekerde werd ongegrond verklaard door het UWV. De beslissing op bezwaar van het UWV berustte op een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV.

In beroep verklaarde de rechtbank het beroep van de verzekerde eveneens ongegrond. De rechtbank stelde vast dat de verzekeringsartsen van het UWV op zorgvuldige wijze onderzoek hadden verricht.

Onpartijdigheid rechter

In hoger beroep heeft de verzekerde een beroep gedaan op het zogenaamde Korošec arrest Van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. In dit arrest is bepaald, dat voor de neutraliteit/onpartijdigheid van een(medisch) deskundige die door de rechter is benoemd de volgende drie factoren van belang zijn:

  1. de aard van de aan de deskundige opgedragen taak;
  2. de positie van de deskundige in de hiërarchie tot het betrokken bestuursorgaan; en
  3. de rol van de deskundige in de procedure, in het bijzonder het gewicht dat aan het oordeel van de deskundige wordt toegekend.  

Deze factoren zijn volgens het Korošec arrest ook van belang bij de beoordeling van de onpartijdigheid van de medisch deskundigen die, in opdracht van een bestuursorgaan, advies uitbrengen en waarbij die adviezen een rol spelen in de rechterlijke procedure.

Het fundamentele recht op een eerlijk proces brengt naar het oordeel van het Europese Hof met zich mee dat elke partij een redelijke kans of gelegenheid moet hebben om haar zaak te bepleiten, zonder dat sprake is van een substantieel ongelijke positie ten opzichte van de wederpartij.

Verzekeringsgeneeskundig onderzoek

In het verlengde van het Korošec arrest is door de Centrale Raad van Beroep in de zaak van de bouwmedewerker vastgesteld dat, in zaken waarin het UWV een beoordeling doet op basis van (artikel 2 van) het Schattingsbesluit, een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsvindt door verzekeringsartsen.

De rapportages van de verzekeringsartsen vormen de basis voor de besluitvorming door het UWV. Deze verzekeringsartsen zijn ofwel in dienst van het UWV, of hebben anderszins een overeenkomst met het UWV waardoor er twijfel kan rijzen over de onpartijdigheid van de verzekeringsarts. Dit betekent dat de verzekerde in zoverre in beginsel niet in een gelijke positie ten opzichte van het UWV verkeert.

Uit het Korošec arrest volgt dat de twijfel aan de onpartijdigheid van de medisch deskundige tot een schending van het recht op een eerlijk proces leidt als men deze twijfel objectief kan onderbouwen. Het is aan de bestuursrechter om eventueel compensatie te bieden als een partij niet in een gelijke positie verkeert.

In de uitspraak van deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep de volgende drie uitgangspunten ontwikkeld.

Stap 1: zorgvuldigheid van de besluitvorming

De besluitvorming van het UWV moet aan strikte eisen voldoen op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht en het Schattingsbesluit.

Rapportages moeten op grond van het Schattingsbesluit blijk geven van een zorgvuldig onderzoek, deugdelijk worden gemotiveerd, inzichtelijk en consistent zijn.

Als de rapportage van de verzekeringsarts niet voldoet aan de eisen die worden gesteld in het Schattingsbesluit, dan kan het besluit van het UWV om die reden al geen stand houden.

Stap 2: Equality of arms

Bij deze tweede stap moet de bestuursrechter toetsen of de verzekerde voldoende ruimte heeft gehad om de medische bevindingen van de verzekeringsarts te betwisten, bijvoorbeeld door zelf medische stukken in te dienen.

Als de bestuursrechter uit alle gegevens afleidt dat er onvoldoende gelijkheid tussen partijen bestaat, moet hij waarborgen dat het evenwicht wordt hersteld. De verzekerde kan bijvoorbeeld in de gelegenheid worden gesteld om alsnog medische gegevens in het geding te brengen, of om een deskundige in te schakelen.

Als door de verzekerde een rapportage in het geding wordt gebracht van een door hem ingeschakelde medisch deskundige, is in beginsel voldaan aan de vereiste gelijke procespositie. De bestuursrechter moet een afwijzing van het verzoek van een verzekerde om een deskundige te benoemen, motiveren.

Stap 3: Inhoudelijke beoordeling

Als de verzekerde de conclusie van de verzekeringsarts(en) gemotiveerd betwist, kan dit bij de bestuursrechter leiden tot twijfel over de juistheid van de beoordeling door het UWV.

Als de bestuursrechter twijfelt aan de juistheid van de beoordeling door het UWV, kan dit voor de rechter een reden zijn om een medisch deskundige te benoemen.

Zorgvuldig onderzoek

In deze casus hebben de uitgangspunten de verzekerde niet geholpen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde (kort gezegd) dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig is geweest. Door de verzekerde was in een eerdere procedure al een rapportage van een ingeschakelde medisch deskundige ingediend en de inhoud van deze rapportage was al meegenomen in de beoordeling door de verzekeringsartsen. Er was dan ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.

Of de geformuleerde uitgangspunten door de Centrale Raad van Beroep andere verzekerden in de praktijk wel zullen helpen om een rapportage van de verzekeringsarts in rechte onderuit te halen, zal de praktijk moeten uitwijzen.

De uitgangspunten bieden de verzekerde en de arts-gemachtigde of advocaat in ieder geval meer concrete handvatten om de juistheid van een rapportage van de verzekeringsarts van het UWV te betwisten, dan wel de bestuursrechter te bewegen om een onpartijdige medisch deskundige te benoemen.

Pascal Willems, advocaat/eigenaar WVO Advocaten

© BG magazine