Sergio 33 jaar, IT Engineer bij ING, houdt zijn dochter wiegend vast. “Dit is één van haar favoriete posities als ze overstuur is. Zonder deze vier weken zou het moeilijk zijn geweest om haar te kennen zoals ik nu doe. We kennen nog niet al haar huiltjes, maar het gaat vrij gemakkelijk nu om de boze, ik-wil-anders-liggen-huiltjes, te onderscheiden van de, ik-wil-eten-huiltjes. Dat helpt wel. Dat was me niet gelukt als ik niet zo lang bij haar was geweest.”

Deze scène uit een ING video volgt de eerste twee mannen binnen de ING die onder de nieuwe cao van het bedrijf vier weken betaald vaderschapsverlof konden opnemen. Uit onderzoek van Viking blijkt dat dit de norm moet worden als het aan mannen in Nederland ligt.

De nieuwe regeling rondom vaderschapsverlof

Je kind is net geboren, je staat midden tussen de luiers, je bent de geboortekaartjes nog in enveloppen aan het stoppen en je moet alweer aan het werk.

Dat scenario moet verleden tijd worden als het aan de huidige regering ligt. Volgens een wetsvoorstel van Minister Koolmees gaat het vaderschapsverlof volgend jaar van twee naar vijf betaalde dagen. Vanaf 2020 komen daar nog vijf weken bij, tegen 70 procent doorbetaling van het loon. Dit verlof moet binnen een half jaar na de geboorte worden opgenomen.

Niet eerder werd mannen (en vrouwen) de vraag voorgelegd hoe ze tegen de nieuwe vaderschapsverlofregeling aankijken. Viking vroeg daarom aan 1300 mannen en vrouwen niet alleen hoe blij ze met de regeling zijn, maar vooral hoe ze denken het te gaan gebruiken.

En wat blijkt? 50 procent van de mannen geeft aan bij de invoering van de nieuwe vaderschapsverlofregeling de volledige vijf dagen vol betaald en vijf weken tegen 70 procent salaris vaderschapsverlof op te willen nemen.

Ontevreden over Nederlandse model

Bijna drie van de vier Nederlandse mannen en vrouwen zijn tevreden tot zeer tevreden over de nieuwe regeling. Maar vergeleken met andere Europese opties (Finse, Zweedse, Sloveense en het voorstel van de Europese Commissie) zijn ze nog steeds ontevreden over het nieuwe Nederlandse model.

Kiezend uit de opties van deze landen zou 87 procent van de mannen voor een ander model kiezen. Een derde ziet liever het Zweedse model waar zestien maanden tussen de partners verdeeld kan worden, en een derde ziet liever het voorstel van de Europese Commissie, wat tot vier maanden kan oplopen.

regeling vaderschapsverlofPeter Tromp van het Vader Kennis Centrum kan dat wel begrijpen: “Het vaderschapsverlof was met twee dagen zo miserabel. Men is tevreden want er is eindelijk wat, maar vergeleken met de EU zijn we er nog niet. Daar is alles ruimer. Zeker in Scandinavië, daar hanteren ze in het beleid het gelijkheidsideaal terwijl hier in Nederland het huiselijkheidsideaal voorop blijft staan.”

Broodwinner

Viking vroeg aan de respondenten ook hoe belangrijk ze verschillende factoren vinden bij hun keuze van de duur van het verlof. De meest belangrijke factoren waren ondersteuning van de partner tijdens verlof en hechting met de baby.

90 procent van de respondenten zagen deze factoren als belangrijk voor hun afweging. Opvallend is dat, hoewel 70 procent van de mannen zichzelf ziet als de broodwinner van hun huishouden, de financiën toch niet de belangrijkste afweging zijn in hun keuze van de duur van het verlof. Maar 76 procent van de mannen vond dit een belangrijke factor.

vaderschapsverlofBijdragen huishouden

Aan de respondenten werd ook gevraagd hoe belangrijk de afweging was voor mannen om daadwerkelijk te kunnen bijdragen aan het huishouden. Opvallend is dat dit voor mannen vrij zwaar woog. 68 procent van mannen vond het belangrijk te weten dat ze echt wat kunnen bijdragen in het huishouden. Voor vrouwen ligt dit aantal veel lager. 47 procent is maar geïnteresseerd wat de man daadwerkelijk kan bijdragen.

Tromp van het Vader Kennis Centrum heeft daar een mogelijke verklaring voor: “Als er een kind verwacht wordt, schieten vaders in de ‘doe modus’. Kinderzitjes kopen, kinderkamer klaarmaken, etc. Ze willen behulpzaam zijn. En dat zet zich door in de kraamperiode, want er wordt dan veel te weinig vader-inclusief gedacht. Het gaat allemaal om de vrouw en het kind.”

Leonie, de vrouw van ING-medewerker Franklin die vier weken op verlof ging met de geboorte van hun tweede set tweelingen, heeft in de praktijk ook gemerkt dat vaders iets kunnen betekenen voor de verdeling van de lasten. “Het is gewoon fijn dat hij dit keer iets meer mee kan helpen met de kinderen. Helemaal omdat het er ook twee zijn. Kunnen we toch een beetje de last verdelen.”

Werken tijdens verlofperiode

Maar dat werken blijft toch trekken aan mannen. 75 procent van de mannen zou tijdens het vaderschapsverlof een vinger aan de pols houden. Vier van de tien zegt zelfs dagelijks werkactiviteiten uit te voeren. Slechts 25 procent van de mannen zegt hun werk helemaal naast zich te laten liggen.

Daartegenover staat dat 44 procent van de vrouwen het werk volledig naast zich zou laten liggen tijdens het zwangerschapsverlof en maar 12 procent zegt dat ze zich dagelijks met werk bezig zouden houden.

De onderzoeksresultaten wijzen er dan ook op dat mannen verlof nog steeds als een kleiner risico voor hun carrière zien dan vrouwen. Hoewel een verrassende 41 procent bang is dat langer vaderschapsverlof negatieve invloed zou kunnen hebben op het krijgen van promoties, is dit nog steeds een stuk minder dan de 74 procent van de vrouwen die denken dat zwangerschapsverlof dit soort negatieve effecten op hun carrière zal hebben.   

Bron: Viking

© BG magazine