Begin 2017 krijgt een zorginstelling bericht van het UWV dat werkneemster Catharina een WGA-uitkering gaat ontvangen.

Er is na twee jaar ziekte sprake van volledige arbeidsongeschiktheid, maar de verzekeringsarts ziet nog wel kansen op herstel. De werkgever maakt bezwaar omdat – gelet op de aard en ernst van de klachten – hij daar twijfels over heeft.

WIA-beoordeling

Catharine is al vóór 2000 in dienst bij de zorginstelling. Ze heeft gewerkt als helpende voor twintig uur per week thuis bij mensen in wisselende diensten. Na de WIA-beoordeling wordt bij haar de diagnose chronische darmontsteking gesteld. Die darmklachten heeft Catharine al meer dan tien jaar en in 2010 is de juiste diagnose gesteld.

Na diverse onderzoeken volgt in 2015 een ingrijpende operatie met complicaties met helaas een tegenvallend resultaat. Na lange hersteltijd gaat Catharijne via re-integratie in uren opbouwen, maar dit stopt door een spoedopname en een tweede operatie medio 2016.

Na de tweede operatie blijven meer klachten aanwezig dan na de eerste en Catharina komt daardoor niet meer aan het werk. Al jaren heeft zij ook chronische pijnklachten en stijfheid in nek, schouders en bekken. Behandelingen hebben haar helaas niet geholpen.

Tegenstrijdig signaal UWV

Door de onzekere medische situatie en de (pijn)klachten krijgt Catharine forse psychische problemen. De UWV-arts vindt echter dat ze nog twintig uur kan werken en stelt een FML op.

Omdat er geen functies worden geduid, merkt UWV Catharine als volledig arbeidsongeschikt aan. Op de FML noteert de UWV arts bij “duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen“, dat verbetering van de belastbaarheid niet of nauwelijks valt te verwachten, terwijl hij in zijn medische onderzoeksverslag stelt dat de medische situatie op lange termijn zou kunnen verbeteren bij verbetering van de depressie en stabilisering van de aandoeningen. UWV geeft kortom een tegenstrijdig signaal af.

Tijdens het bezwaar brengen wij naar voren dat de UWV-arts over de kansen op herstel nogal tegenstrijdige visies afgeeft en stellen de vraag of het positieve beeld over herstel wel aansluit bij de feitelijk situatie van Catharine: chronische darmklachten die meer dan tien jaar bestaan, gecompliceerde operaties die de situatie verslechteren, terwijl lopende behandeling voor de darmklachten gericht is op het tegengaan van achteruitgang. Ook de pijnklachten en stijfheid zijn ondanks medicinale behandeling verergerd.

Voor de mentale stoornis krijgt Catharine psychologische bijstand, maar zonder resultaat. Een andere, tweede behandeling wordt opgestart. Wij stellen tijdens het bezwaar dat, als op mentaal vlak al enige verbetering mocht optreden, de fysieke beperkingen dan nog zo substantieel zijn dat het aannemelijk is dat er ook dan nog sprake zou zijn van volledige arbeidsongeschiktheid.

Verbetering belastbaarheid haalbaar?

Na de hoorzitting bevestigt de bezwaarverzekeringsarts de ambivalentie van zijn collega ten aanzien van de mogelijkheden tot herstel. Hij geeft aan dat uit het arbeidsdeskundig onderzoek duidelijk is geworden dat Catharina relatief laaggeschoold is en bij werken aangewezen is op fysiek belastende arbeid. Gezien het zware werk en de klachten die daaruit voortkomen, blijven de beperkingen bestaan.

De bezwaarverzekeringsarts stelt ook dat, met het oog op de verwevenheid van de mentale klachten en darmklachten, het nog maar de vraag is of vermindering van de mentale klachten überhaupt haalbaar is. Ook is er geen enkele behandeling bekend waarvan in het komende jaar of daarna daadwerkelijk verbetering van de fysieke en (gerelateerde) psychische belastbaarheid valt te verwachten.

Om die reden is verbetering van de belastbaarheid, zoals op de FML al wordt aangegeven, niet of nauwelijks haalbaar. De heroverweging leidt tot gegrondverklaring van het bezwaar en IVA-toekenning voor Catharina.

Langdurige en forse WGA lasten

Ook deze bezwaarzaak laat weer zien dat bij de beoordeling van de duurzaamheid van volledige arbeidsongeschiktheid een UWV-arts vaak niet verder komt dan de vaststelling dat mentale klachten nog kunnen verbeteren na opklaring van de depressie. Andere, soms meer relevante klachten, komen vervolgens niet meer aan de orde in de overwegingen, omdat herstel nog mogelijk zou zijn.

Dit is een beeld dat we vaker zien bij de beoordeling van kansen op herstel door UWV-artsen. Vooral bij comorbiditeit (het tegelijkertijd voorkomen van twee of meer aandoeningen of stoornissen) wordt te makkelijk gesteld dat herstel nog mogelijk is, terwijl de feitelijke onderbouwing daarvoor in de medische rapportage niet terug te vinden valt.

Na ons bezwaar komen de kansen op herstel weer op tafel en mag de bezwaarverzekeringsarts zich daar opnieuw over buigen. In het geval van Catharina leidt dat tot de terechte conclusie dat verbetering van de belastbaarheid niet of nauwelijks meer te verwachten is. Daarmee wordt recht gedaan aan Catharina en wordt onze klant gevrijwaard van langdurige en forse WGA lasten.

Ad van Lieshout, L&M sociale zekerheid

© BG magazine