Klinisch psycholoog-psychotherapeut Dick Freriks deelt in zijn columns zijn ervaringen vanuit de praktijk van de arbeids- en gezondheidspsychologie.


Ik dacht dat ik doodging en belde 112. De ambulance kwam, maar verpleegkundigen vonden geen bijzonderheden. Mijn huisarts concludeerde droog dat het door stress kwam

Met dit verhaal komt mevrouw Cornelissen (30 jaar) op het spreekuur van de bedrijfsarts. Ze werkt zes jaar in de klinische kinder- en jeugdzorg als groepsbegeleider Niveau 3 en is volledig uitgevallen met wat de bedrijfsarts omschrijft als “progressieve psychische klachten”.

Ze slaapt slecht, kan niet meer genieten en de accu loopt leeg. Ze heeft het gevoel te falen en kan het even niet meer overzien. Er is geen duidelijk aanwijsbare oorzaak. Omdat ze zelf aangeeft behoefte te hebben aan spiegelen en een handvat om weer grip op haar leven te krijgen, adviseert de bedrijfsarts psychologische hulp. Dat trekt de vraagstelling breder dan alleen re-integratie. De werkgever heeft baat bij duurzame inzetbaarheid.

Vragen die het verschil maken

In ons eerste gesprek vertelt mevrouw Cornelissen dat zij haar werk als groepsbegeleider “pittig” vindt. Er zijn “altijd” conflicten waar ze iets mee moet. Ze kijkt weleens jaloers naar collega’s op Niveau 4, die kunnen af en toe administratie doen of individuele gesprekken voeren. “En hoe gaat het verder met je”, vraag ik. Naast geen eetlust en af en toe hartkloppingen zegt ze dat ze negatief over zichzelf denkt en geen keuzes durft te maken.

Vanuit de Positieve Psychologie pas ik interventies toe, waarbij de belangrijkste vraag is: wanneer ging het goed met je en hoe zag je leven er toen uit?

Twee jaar geleden woonde ik nog thuis”, vertelt ze. “Ik was een gezellige en positieve meid; schouders eronder en we lossen het op. Een jaar geleden ben ik op mijzelf gaan wonen, ik woon nu alleen.”

Ik geef in dit gesprek complimenten dat ze onder ogen durft te zien dat ze zelfstandig wonen eigenlijk helemaal niet zo makkelijk en geweldig vindt. Dat heeft ze vooral anderen willen laten geloven. Verder geef ik adviezen met betrekking tot het structureren van dagritme, wandelen en zelfzorg.

In de volgende gesprekken praten we verder over haar leven als single (“voelt soms alleen”), haar werk (“ik ga met mijn leidinggevende praten over een andere groep”) en zorg voor haarzelf (“ik heb mijzelf verwaarloosd”). Vraaggestuurd coachen stimuleert inzichten waar iemand zelf mee bezig is of mee aan de slag wil. Het kwartje valt bij mevrouw Cornelissen zelf. Dat is fantastisch om mee te maken!

Vaak worden gesprekken in de spreekkamer bepaald door onderzoek naar categorale, symptoomgerichte diagnostische classificatiesystemen, waaronder de bekende DSM. Deze systemen houden geen rekening met transdiagnostische factoren: klachten of omstandigheden die te maken hebben met persoonlijke levenssfeer/-situatie. Onze gesprekken met mevrouw Cornelissen zijn ingegeven door aandacht voor transdiagnostische factoren als haar relaties, alleen wonen, verstoringen in zelfbeeld en onvrede met werk. Niet door de diagnose angst- of paniekstoornis.

Volledig teruggekeerd

Na ons derde gesprek is mevrouw Cornelissen haar werk voor 50 procent gaan hervatten en keert een week na het vierde gesprek volledig terug. Ze vertelt dat ze een andere groep heeft gekregen en dat ze het oké vindt om op haar vertrouwde niveau te blijven. “Dit is wat ik leuk vind, ik hoef niet zo nodig meer.”

Ze maakt keuzes waar ze ook echt achter staat. Samen besluiten we de paniekaanval en het bezoek van de ambulance te zien als een symbool voor “de grip op haar leven”. En die komt gelukkig weer terug!

Dick Freriks is klinisch psycholoog-psychotherapeut en directeur van Ascender bedrijfspsychologen en coaches.

De beschreven casus is samengesteld uit verschillende voorbeelden, om herkenning onmogelijk te maken. Alle persoonsgegevens zijn fictief. Mocht iemand zichzelf of een ander hierin herkennen, dan berust dat op toeval.

© BG magazine