Na vijftien intensieve coronamaanden kampt een meerderheid van verpleegkundigen, verzorgenden en artsen met een opeenstapeling van fysieke en mentale klachten. Zorgprofessionals zijn moe, hebben angstgevoelens, piekeren veel en hebben last van slaapproblemen. Bij meer dan de helft gaat het om een combinatie van klachten.

Dat blijkt uit een peiling van beroepsverenigingen V&VN en de Federatie Medisch Specialisten, ingevuld door ruim zevenduizend zorgprofessionals, waaronder verpleegkundigen en verzorgenden, medisch specialisten, seh-artsen, anesthesiemedewerkers en huisartsen.

V&VN-voorzitter Bianca Buurman: “We komen er niet met een paar weekjes vakantie. Laat elke zorgverlener die er baat bij heeft meedenken over een persoonlijk herstelplan.”

Federatievoorzitter Peter Paul van Benthem: “De resultaten zijn verontrustend. Zeker in het licht van de enorme berg inhaalzorg die op ons wacht. De patiënten die moesten wachten hebben ook recht op uitgeruste, gemotiveerde zorgprofessionals.”

Fysieke en mentale klachten

Van de respondenten, die afkomstig zijn uit de eerstelijnszorg, de GGZ, de wijk en het ziekenhuis, geeft 78 procent aan dat zij COVID-zorg hebben geleverd. Een vijfde van alle respondenten is uitgevallen door hun fysieke en mentale klachten, in de helft van de gevallen voor langere tijd.

Niet alleen blijkt dat een aanzienlijk aantal van de zorgprofessionals kampte met fysieke en mentale klachten, maar dat een groot deel nog steeds klachten ervaart. Met name angstgevoelens (30 procent ja maar nu niet meer, 10 procent ja nog steeds), moeheid (27 procent ja maar nu niet meer, 46 procent ja nog steeds), piekeren (29 procent ja maar nu niet meer, 22 procent ja nog steeds) en het gevoel geen grip te hebben op de situatie (36 procent ja maar nu niet meer, 15 procent ja nog steeds) vallen op. Van de respondenten ervaart 24 procent op dit moment slaapproblemen, 20 procent is snel boos of geïrriteerd en 17 procent heeft concentratie en geheugenproblemen.

Eerst herstellen

Vooral de combinatie van klachten baart de V&VN zorgen. Burn-out en PTSS liggen op de loer. Een zorgverlener moet eerst herstellen voordat hij of zij aan de slag kan met de reguliere en inhaalzorg. Het voornemen om de uitgestelde zorg dit jaar grotendeels in te halen, is onrealistisch.

Volgens Van Benthem is het van belang dat zorgprofessionals weer bij het vuur van hun intrinsieke motivatie kunnen. Weer voldoening kunnen halen uit hun prachtige vak, dan kunnen ze weer bergen zorg aan.

Met de peiling hebben V&VN en de Federatie in kaart gebracht wat zorgprofessionals zelf vinden dat nodig is om nu te herstellen. Deze input is de basis van het herstelplan voor de zorg waartoe de V&VN en de Federatie het initiatief hebben genomen. Afgelopen donderdag werden tijdens een webinar de eerste resultaten gedeeld.

Herstel op maat

Uit de peiling en de reacties tijdens het webinar blijkt dat zorgprofessionals moe zijn en behoefte hebben aan rust. Zorgprofessionals geven ook aan hoe heftig het afgelopen jaar was. “We hebben veel verdriet gezien.”

Tegelijk geven de zorgprofessionals aan dat ze niet zielig gevonden willen worden en geen slachtoffers zijn. Ze vinden het wel belangrijk dat er nu goed naar hun geluisterd wordt over wat nodig is om te herstellen. Uit de reacties blijkt een grote veerkracht. Tegelijk mogen zorgprofessionals niet onderschatten dat herstel ook tijd kost.

Een intensivist vertelt dat hij pas na een gedwongen week vrij merkte hoe zwaar de verantwoordelijkheid op zijn fysieke en mentale welzijn drukte.

Volgens de Federatie en V&VN is het belangrijk dat herstel niet alleen op korte termijn, maar vooral ook op maat mogelijk is met veel aandacht voor privé/werkbalans: ieder mens herstelt op zijn of haar eigen manier. Waar de een herstelt door vakantie te nemen, heeft de ander meer specifieke begeleiding nodig. Daarbij blijkt ook dat het uitspreken van waardering cruciaal is om zorgprofessionals gemotiveerd te houden.

Verlof ingetrokken

Bij 26 procent van de respondenten is sinds maart 2020 gepland verlof of vrije dagen ingetrokken. Daarvan heeft 67 procent dit nog niet kunnen inhalen.

Op de vraag wat zorgprofessionals nu nodig hebben om te herstellen, geeft dan ook 34 procent aan dat ze vakantie nodig hebben. 43 procent geeft ‘Herstel privé/werkbalans’ aan, 30 procent wil graag andere taken oppakken zoals opleiden, en 35 procent geeft ‘Werklast verlaging door collega’s erbij’ aan.

Op de vraag ‘Denk jij erover na om het vak te verlaten?’ geeft 9 procent van de respondenten aan actief rond te kijken naar ander werk. 14 procent geeft als antwoord ‘ja, maar geen concrete acties’. Een kwart van de respondenten heeft er over nagedacht, maar heeft nu niet de intentie om te vertrekken. 53 procent antwoordt op deze vraag ‘nee’, waarvan de helft aangeeft met veel plezier en passie te werken.

Bianca Buurman: “We kunnen het ons niet permitteren collega’s te laten vertrekken. Daarvoor zijn de personeelstekorten te groot en groeit de zorgvraag de komende jaren te hard. Wij hebben een prachtig vak en we hebben het afgelopen jaar met overgave gewerkt. De komende jaren moet geïnvesteerd worden in zorgverleners. Dat betekent: betere arbeidsvoorwaarden, meer tijd en geld voor scholing, goede loopbaanmogelijkheden en zeggenschap over ons werk.”

Terugvallen in oude normaal gemiste kans

De Federatie en V&VN constateren dat herstel voor veel zorgprofessionals nu nodig is. Dit is mede van belang met het oog op de grote hoeveelheid inhaalzorg die wacht.

Een van de aanbevelingen is om het werken in de zorg aantrekkelijker te maken. Volgens veel respondenten is niet alleen een hoger salaris nodig maar ook zeggenschap over de inrichting van het eigen werk.

Federatievoorzitter Peter Paul van Benthem: “De zorgprofessionals merkten dat het vertrouwen en de ruimte die ze hebben gekregen tijdens de coronacrisis het werk aantrekkelijker maakte. Toen konden we het zelf organiseren en dat gaf een extra drive en saamhorigheid.” Het zou volgens de zorgprofessionals een gemiste kans zijn als de oude regels weer gaan gelden en we terugvallen in het oude normaal. Verpleegkundigen willen met name meer inspraak op de werkvloer in het algemeen (22 procent) en medisch specialisten willen vooral meer betrokken zijn bij de organisatie van de inhaalzorg (41,4 procent).

Roofbouw

V&VN-voorzitter Bianca Buurman: “Door de lengte en intensiteit van de coronacrisis is er roofbouw gepleegd. Er moet tijd komen om grondig te herstellen. We moeten daarbij leren van de ervaringen van organisaties als defensie. Zij werken na een uitzending met lange rustperiodes, erkenning van kans op mentale klachten en goede psychische begeleiding. En dat is hier ook broodnodig.”

Deze maand werken V&VN en de Federatie Medisch Specialisten hun plannen voor herstel verder uit samen met hun achterban. De beroepsverenigingen blijven het herstel van de zorgprofessionals monitoren.