In de periode vóór de Wet verbetering poortwachter in 2002 was er sprake van een goede samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen. Er waren contacten via het werkgeversteam of het vooroverleg bij de Rijksoverheid. Men was werkzaam in hetzelfde domein maar ieder had een eigen verantwoordelijkheid en er was geen opdracht voor de verzekeringsarts om het werk van de bedrijfsarts te beoordelen.

Beoordeling re-integratieverslag

Sinds de invoering van de Wet verbetering poortwachter is de relatie tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts er niet eenvoudiger op geworden.

Op basis van de beoordeling van het re-integratieverslag kan een verzekeringsarts besluiten dat een bedrijfsarts de functionele mogelijkheden niet adequaat heeft ingeschat. De verzekeringsarts kan dan een loonsanctie opleggen aan de werkgever waar de bedrijfsarts voor werkt en dat kan de (werk)relatie bedrijfsarts-werkgever onder druk zetten.

Re-integratie onderbreken

Ik had onlangs als bedrijfsarts een casus in de verzuimbegeleiding van een ernstig depressieve jonge vrouw die op de nominatie stond voor wéér een klinische behandeling. We hadden haar met pijn en moeite twee keer tweeënhalf uur in haar eigen werk laten terugkeren, maar door een toename van haar klachten hield ze dit niet vol. Er kwam niets uit haar handen en ze kwam elke keer uitgeput thuis. Ze was in overleg met haar behandelaar om de behandeling te intensiveren. Wat doe je dan als bedrijfsarts?

Ik besloot de re-integratie te onderbreken en schreef een brief naar haar behandelaar met duidelijke vragen over de behandelresultaten, ideeën over intensivering van de behandeling en mijn verwachting over het resultaat.

Dan ben je dus drie maanden verder zonder dat er iets wezenlijks is verandert!

Helaas duurde het vervolgens tweeënhalve maand voordat ik een summier antwoord van de behandelaar ontving: de ambulante behandeling van de vrouw zou worden voortgezet en op haar verzoek ging men kijken naar intensivering van de behandeling. Dan ben je dus drie maanden verder zonder dat er iets wezenlijks is verandert! Ik overwoog nog even een psychiatrische expertise te doen bij VerzuimDiagnostiek of Sitagre, maar kwam in tijdnood vanwege de naderende WIA-aanvraag.

In mijn re-integratieverslag heb ik gewezen op de informatie van de behandelaar, dat die zou kijken naar intensivering van de behandeling en dat we volgens de gemeenschappelijke richtlijn een stepped care aanpak zouden moeten gaan volgen bij onvoldoende behandelresultaat. Stepped care betekent dat de intensiteit van de behandeling zal moeten worden aangepast om wél tot een behandelresultaat te komen.

Gemeenschappelijke richtlijn voor verzekeringsartsen en bedrijfsartsen

In 2016 is de eerste gemeenschappelijke richtlijn voor verzekeringsartsen en bedrijfsartsen over depressie gepubliceerd. Er kunnen bij ernstige depressie beperkingen worden aangenomen op de volgende gebieden: concentratie, aandacht, geheugen, inzicht, ADL (Algemeen dagelijkse levensverrichtingen), structureren van de dag, initiatief, oordeelsvermogen, zelfinschatting, impulscontrole, samenwerken, communiceren, emoties hanteren en fysieke taken uitvoeren.

Indien daarnaast ook nog sprake is van een slaapstoornis, kan de beschikbare energie beperkt zijn en kun je een vermindering van de arbeidsduur overwegen. In de richtlijn staan ook factoren met een negatieve invloed op het werk:

  • een laag zelfvertrouwen
  • neurotocisme: een tendens tot emotionele instabiliteit
  • externe locus of control: iemand met een externe locus of control gelooft dat zijn leven wordt bepaald door zijn omgeving, het toeval of andere mensen
  • de ernst van de depressie

Ook wordt uitvoerig ingegaan op een situatie van stagnatie van het herstel van een depressieve medewerker en wat je ermee moet doen. Me dunkt dat het gebrek aan behandelresultaat in deze casus een belangrijke reden is om uitvoerig naar te kijken in de arbeidsgeschiktheidsbeoordeling.

Eenrichtingsverkeer

In deze casus was de verzekeringsarts van mening dat, omdat er nog geen sprake was van een klinische opname, de werkneemster niet voldeed aan de Geen Benutbare Mogelijkheden criteria en dat we re-integratiekansen hadden gemist. De verzekeringsarts heeft weliswaar aan haar plicht voldaan om de bedrijfsarts te bellen, maar ging op geen enkele manier in op de werkwijze uit onze gemeenschappelijke richtlijn.

Mijn ervaring leert dat er meestal geen sprake is van een dialoog maar van eenrichtingverkeer vanuit de positie van de verzekeringsarts.

Geen vooroverleg verzekeringsarts

Als een behandeling stagneert en de communicatie met de behandelaar verloopt traag en is incompleet, kun je als bedrijfsarts meestal niet zoveel doen. Vroeger besprak je zo’n cliënt in het vooroverleg met de verzekeringsarts en kwam je tot een gezamenlijke aanpak.

Helaas kon er in de huidige situatie geen vooroverleg met de verzekeringsarts van het UWV plaatsvinden, omdat je niet weet wie de WIA-beoordeling op einde wachttijd gaat uitvoeren en moest er gewacht worden tot de WIA-aanvraag.

Ik had de client wel een folder van het U-center mee kunnen geven voor een kortdurende klinische behandeling van zeven weken, maar helaas zag haar huidige behandelaar hier niets in.

Warme overdracht

Om in dit soort situaties toch een betere uitkomst te bereiken, heb ik bedacht om cliënten die een WIA-beoordeling krijgen, te vergezellen naar het UWV. Een belanghebbende heeft de vrije keuze om iemand mee te nemen naar zo’n gesprek en het geeft meteen de gelegenheid om iets van de oude warme overdracht weer terug te halen.

Mijn ervaringen met het bijwonen van een WIA-beoordeling zijn bijna zonder uitzondering positief. De cliënt is in de eerste plaats heel blij met de ondersteuning die ik hen bied. Daarnaast zie ik dat de meer ervaren verzekeringsartsen mijn aanwezigheid geen probleem vinden en ook nadrukkelijk de dialoog met mij zoeken.

Bij jongere collega’s merk ik dat ze soms vast zitten in hun regelgerichte denken en moeilijk boven de regeltjes uit kunnen stijgen in een arbeidsongeschiktheidbeoordeling die altijd een zekere mate van subjectiviteit in zich heeft. Ik vraag me daarbij af of de jonge verzekeringsartsen genoeg supervisie krijgen van hun ervaren collega’s in de uitvoering van hun rol.

Het contact van vroeger met de verzekeringsarts is een groot gemis

Ik zie het contact van vroeger met de verzekeringsarts als een groot gemis en een belangrijke factor die het werk als bedrijfsarts er op dit moment niet leuker op maakt. Als er weer mogelijkheden zouden komen tot samenwerking draagt dat mijns inziens bij aan betere resultaten voor de werknemer en een prettigere manier om ons mooie vak uit te oefenen.

Goede inschatting functionele mogelijkheden?

Voor mij is de kern van het probleem de vraag aan de verzekeringsarts of de bedrijfsarts de functionele mogelijkheden goed heeft ingeschat. Deze vraag zou moeten worden veranderd in: wat kunnen we alsnog na twee jaar doen om de kansen van de arbeidsongeschikte werknemer op continuering van zijn of haar arbeidsparticipatie te verhogen? Alleen dan dragen we weer gezamenlijk bij aan het daadwerkelijk vervullen van een Poortwachtersrol en vullen we elkaar aan met onze expertises.

Ook zouden we dan al eerder in het re-integratietraject bij stagnerend verzuim elkaar kunnen opzoeken en overleggen wat we kunnen doen om het naderend onheil te voorkomen.

Uiteraard is er in deze casus bezwaar aangetekend en zijn we nu in afwachting op de beslissing op dit bezwaar. Binnenkort vindt de hoorzitting plaats en zal de beslissing op bezwaar gaan volgen.

Jurriaan Blekemolen is bedrijfsarts en werkt bij Vodemol.

© BG magazine