In twee eerdere artikelen die ik schreef voor BG magazine ging het over de betekenis van hechtingsstijlen en de mogelijke invloed ervan op verschillende aspecten in het werk. In dit artikel ga ik in op de vraag of er een relatie is tussen hechtingsstijlen en bevlogenheid.

Lange tijd is er binnen de psychologie veel aandacht geweest voor het fenomeen burn-out. En dan vaak vanuit een negatief oogpunt. Niet alleen onderzocht men het ontstaan van een burn-out, maar ook hoe je het kunt voorkomen.

Gelukkig is er tegenwoordig binnen organisaties ook steeds meer aandacht voor positieve eigenschappen van werknemers. Een van deze eigenschappen is bevlogenheid. Onderzoek naar dit psychologisch mechanisme staat nog in de kinderschoenen. Wel weet men inmiddels dat verschillende persoonlijkheidskenmerken hier van invloed op zijn.

Gedrag op het werk

Een interessante vraag in dit verband is in hoeverre er een relatie is tussen hechtingsstijlen, persoonlijkheidskenmerken en bevlogenheid.

Hechting is een basis voor de wijze waarop mensen in relatie tot anderen staan. Dit heeft uiteraard ook betrekking op situaties op het werk. Hoe gaan mensen in werkrelaties met elkaar om? En daarnaast: wat is de houding van individuele werknemers ten aanzien van het werk zelf?

Kennis hierover is belangrijk voor organisaties, want er wordt steeds meer van werknemers verlangd. Bijvoorbeeld dat men met anderen samenwerkt en dat werknemers zich betrokken voelen bij een bedrijf.

Heb je kennis over hechtingsstijlen, dan kan dat bijdragen aan inzichten over gedrag in de werksituatie, waarvan bevlogenheid er een is.

Wat zijn hechtingsstijlen?

In de theorie over hechtingsstijlen gaat men ervan uit dat een gezonde hechting met de ouders belangrijk is voor de emotionele ontwikkeling van een kind.

Een van de uitgangspunten van de theorie over hechtingsstijlen is dat mensen een natuurlijke neiging hebben om affectieve banden met anderen aan te gaan. Hoe beter je als persoon hiertoe in staat bent, des te meer draagt het bij aan je emotionele gezondheid en welbevinden.

Uit onderzoek blijkt dat de invloed van hechtingsstijlen zich uitstrekt tot in je volwassenheid, hoewel de meningen daarover wel verdeeld zijn. Tussen onderzoekers onderling is er nog geen consensus over welke relaties bij volwassenen nu precies als hechtingsrelaties kunnen worden beschouwd. Wel gaat men ervan uit dat door belangrijke gebeurtenissen in het leven hechtingsstijlen kunnen veranderen.

Wat bedoelt men eigenlijk met hechtingsstijlen? In de literatuur wordt meestal een onderscheid gemaakt tussen een veilige en een onveilige hechtingsstijl. Een veilige hechtingsstijl ontwikkelt zich als kinderen in tijden van stress op hun ouders kunnen vertrouwen. Kinderen leren daardoor dat ze bij problemen op anderen kunnen terugvallen. Ze ontwikkelen daardoor onder andere zelfvertrouwen en durven nieuwe situaties te onderzoeken en te exploreren.

Een veilige hechtingsstijl ontwikkelt zich als kinderen in tijden van stress op hun ouders kunnen vertrouwen

Bij kinderen die onveilig gehecht zijn, is dat niet het geval. Bij onveilige hechting maakt men doorgaans onderscheid tussen een angstige en een vermijdende hechtingsstijl. Kinderen die een angstige stijl ontwikkelen, hebben vaak te maken gehad met ouders die niet adequaat of inconsequent reageerden. Vermijdende hechting ontstaat als ouders negatief of niet reageren op het kind.

De interactie met de ouders op jonge leeftijd draagt bij aan de ontwikkeling van verschillende emotionele banden. Verondersteld wordt dat deze banden doorwerken in toekomstige relaties en dus ook op het werk. Er zijn inmiddels dan ook al veel studies gedaan naar de relatie tussen hechtingsstijlen en diverse werkaspecten. 

Wat is bevlogenheid?

Bevlogenheid heeft betrekking op een positief gevoel dat mensen ervaren en wordt gezien als een werkgerelateerde toestand. Bevlogenheid draagt bij aan de motivatie om optimaal te presteren.

De drie kenmerken van bevlogenheid  zijn:

  1. kracht: je hebt een hoog energieniveau en bent goed mentaal weerbaar op het werk
  2. toewijding: je identificeert je sterk met het werk en voelt je enthousiast, trots en uitgedaagd
  3. absorptie: je kunt je volledig concentreren op het werk, ervaart gevoelens van geluk en hebt moeite om je los te maken van het werk.

In het algemeen gaat men ervan uit dat met name kracht en toewijding de twee belangrijkste componenten zijn.

Duidelijk is in ieder geval wel dat verschillende factoren bevlogenheid op het werk beïnvloeden. Deze kunnen te maken hebben met de persoon zelf – je persoonlijkheid – de baan en/of de organisatie.

Op individueel niveau biedt bevlogenheid werknemers de mogelijkheid om emotioneel, cognitief en fysiek uiting te geven aan wie ze zijn. Een aantal persoonlijke bronnen die bijdragen aan bevlogenheid is de mate van zelfvertrouwen, optimisme, zelfregulering of iemands copingstijl.

Bronnen in het werk die bijdragen aan bevlogenheid zijn bijvoorbeeld sociale ondersteuning, een bepaalde mate van autonomie of een belangstellende leidinggevende.

Een persoonlijke bron die tot nu toe nog echter nauwelijks is onderzocht in relatie tot bevlogenheid is de hechtingsstijl van werknemers.

Veilig gehechte mensen en bevlogenheid

Managers vinden het belangrijk dat werknemers psychologisch verbonden zijn aan een organisatie en het werk. Een van de aspecten om dit te realiseren is het vermogen om werkrelaties met anderen aan te gaan.

Inmiddels weet men uit onderzoek dat hechtingsstijlen hierop van invloed kunnen zijn. Veilige gehechte mensen ervaren meer zelfvertrouwen en staan positief ten opzichte van anderen. Werknemers die zich veilig voelen, zijn autonoom en vertonen proactief gedrag. Bevlogenheid kan tot ontwikkeling komen als mensen zich veilig voelen.

Managers vinden het belangrijk dat werknemers psychologisch verbonden zijn aan een organisatie en het werk

In vergelijking met onveilig gehechte mensen, ervaart deze groep mensen minder angst om te falen of om door collega’s te worden afgewezen. Zij vertrouwen erop dat anderen er voor hen zijn in tijden van stress. Dit laatste is vooral belangrijk in relatie tot bevlogenheid.

Angstig gehechte werknemers daarentegen hebben vaak een laag zelfbeeld en een verminderd zelfvertrouwen. Hierdoor missen ze de vaardigheid uiting te geven aan wie ze zijn wat weer van invloed is op bevlogenheid. Van werknemers met een vermijdende hechtingsstijl weet men dat ze sociale contacten uit de weg gaan. Verbondenheid met anderen is op het werk echter een hulpbron die bijdraagt aan bevlogenheid.

Onveilig gehechte mensen en bevlogenheid

Mogelijk is de relatie tussen bevlogenheid en een angstige dan wel een vermijdende hechtingsstijl verschillend. Van angstig gehechte mensen is bijvoorbeeld bekend dat ze graag met anderen samenwerken. Dit is mogelijk een manier om aan hun behoefte aan contact te kunnen voldoen.

Maar je kunt je voorstellen dat dit streven naar verbinding inspannend kan zijn, waardoor er minder energie overblijft om bevlogen aan het werk te zijn. Een werknemer met deze hechtingsstijl kan bijvoorbeeld (onbewust) voortdurend in contact met anderen willen zijn. Tegelijkertijd is er ook de angst om afgewezen te worden door die ander.

Deze processen kunnen ten koste gaan van de psychologische beschikbaarheid op het werk en daarmee ook op de arbeidsprestatie.

Mensen met een vermijdende hechtingsstijl gaan ervan uit dat anderen toch niet beschikbaar zijn

In tegenstelling tot angstig gehechte mensen, proberen mensen met een vermijdende hechtingsstijl juist het contact met anderen te vermijden. Zij zoeken vaker weinig sociale steun, omdat ze ervan uit gaan dat anderen toch niet beschikbaar zijn. Daar waar bij veilige hechting sociale ondersteuning bijdraagt aan bevlogenheid, gaat dit mogelijk bij een vermijdende hechtingsstijl dus juist ten koste van bevlogenheid.

Variatie in bevlogenheid

Organisaties hebben er alle belang bij ervoor te zorgen dat werknemers bevlogen zijn en blijven. Zijn werknemers minder bevlogen dan kan dat resulteren in verminderde werkprestaties met gevolgen voor de bedrijfsresultaten.

Voor HR-managers en leidinggevenden is het dan ook interessant om inzicht te krijgen waarom sommige werknemers bevlogen zijn en andere werknemers juist niet. De variatie in de mate van bevlogenheid kan deels te maken hebben met individuele verschillen. Maar ook andere factoren, die nog verder moet worden onderzoeken, kunnen hierop van invloed zijn.

Bevlogenheid kent echter ook een keerzijde. Een werknemer kan namelijk ook té bevlogen zijn en riskeert overbelasting in het werk of een verstoorde werk-privébalans met uiteindelijk een burn-out tot gevolg. Het is daarom belangrijk om de balans te vinden tussen draaglast en draagkracht van een werknemer.

Onderzoek naar de relatie tussen hechtingsstijlen en bevlogenheid

Er is tot nu toe relatief weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen hechtingsstijlen en bevlogenheid. Op basis van de theoretische beschouwingen kun je veronderstellen dat deze verbanden er wel zijn, maar studies op dit vlak geven echter nog geen eenduidig beeld.

Zo vond men bijvoorbeeld in een studie dat werknemers met een veilige hechting met de partner meer bevlogenheid zijn. In een ander onderzoek vond men echter geen relatie tussen veilige en onveilige hechting en bevlogenheid. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat er in laatstgenoemde studie alleen een onderscheid gemaakt werd tussen veilige en onveilige hechting. Een angstige en vermijdende hechtingsstijl werden niet afzonderlijk gemeten wat in de eerste studie wel gedaan was.

Werknemers met een veilige hechting met de partner zouden meer bevlogen zijn…

In een derde onderzoek werd er een relatie gevonden tussen zowel een angstige als een vermijdende hechtingsstijl met bevlogenheid. De resultaten waren echter voor een angstige hechtingsstijl minder uitgesproken dan voor een vermijdende. Het gebruik van verschillende onderzoeksinstrumenten om hechting te meten verklaart mogelijk de verschillende onderzoeksresultaten.

Kortom, de weinig studies die er zijn, geven geen eenduidig beeld en dat is ook te wijten aan de heterogeniteit in de opzet ervan. Er zal daarom meer onderzoek nodig zijn om inzicht te krijgen in eventuele verbanden. Bijvoorbeeld door te kijken naar de relatie tussen bevlogenheid en verschillende hechtingspersonen. Men kan dan denken aan ouders, vrienden(innen), collega’s of wellicht een leidinggevende. In ieder geval zal het gebruik maken van dezelfde vragenlijsten om hechting te meten het vergelijken van onderzoeksresultaten bevorderen.

In deel 2 van deze artikelenreeks over de relatie tussen hechtingsstijlen en bevlogenheid ga ik in op wat organisaties en medewerkers kunnen doen om bevlogenheid te bevorderen.

Dr. Monique Leenders is verbonden als docent arbeids- & organisatiepsychologie aan de opleiding Toegepaste Psychologie HBO Drechtsteden in Dordrecht www.hbodrechtsteden.nl, e-mail: mleenders@hbodrechtsteden.nl

© BG magazine