Roland Blonk, bijzonder hoogleraar Arbeidsdeskundigheid en Inclusieve Innovatie van Arbeid aan Tilburg University, stelt in zijn oratie dat hiervoor kennis nodig is van het begeleiden van het individu, het aanpassen van arbeid aan de mens en het begeleiden van de werkgever op weg naar inclusief ondernemerschap.

Zowel voor de werkgever als voor de werknemer begint het bij willen én kunnen, zo stelt Blonk in zijn oratie. Daarom gebruikt hij in zijn onderzoek het integratieve gedragsmodel van Fishbein en Ajzen.

“Deze theorie gaat over dit willen en kunnen, over doelgericht gedrag, ergens bewust naartoe werken. Naar dit model is veel onderzoek gedaan en keer op keer heeft het zijn waarde bewezen, onder andere voor het ontwikkelen van interventies en aanpakken.”

Niet genoeg

Bij de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking gaat het volgens Blonk dan ook om drie factoren.

Blonk: “Arbeidsdeskundigen moeten zich richten op willen, kunnen en in staat stellen. Bied je iemand een sollicitatietraining aan, dan is dat op zichzelf niet genoeg. Zo’n training richt zich namelijk vaak alleen op het kunnen, op de vaardigheid van het solliciteren. Bijvoorbeeld het opstellen van een CV of het voeren van een gesprek. Het willen-aspect is echter net zo belangrijk. Dan heb je het over motivatie, over de wil om ook na tegenslag door te gaan.”

Lange adem

Arbeidsdeskundigen en aanpalende professionals moeten zich realiseren dat ze zich op motivatie én gedrag moeten richten. “Het gaat om verandering van gedrag en hoe kom je tot die gedragsverandering? En tot slot: leidt het tot resultaat?”

Blonk stelt wel dat re-integratie op deze manier een zaak van lange adem is. “Je richt je niet op een baan, maar op versterking van de mens gericht op een loopbaan.”

Meerwaarde

Ook bij de werkgeverskant van het verhaal gaat het volgens de bijzonder hoogleraar om sturen op motivatie en gedrag, om willen en kunnen. Hier ligt nog een mooie uitdaging.

Foto Roland BlonkBlonk:”Eigenlijk weten we nog maar heel weinig over hoe je werkgevers het beste kan betrekken bij re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De komende jaren hoop ik daar door verschillende onderzoeksprojecten meer grip op de krijgen. Hoe kun je er nu voor zorgen dat meedoen aan re-integratietrajecten ook echt meerwaarde oplevert voor ondernemingen?”

Sociaal ondernemen

Een voorbeeld van zo’n onderzoeksproject is een samenwerking van de gemeente Rotterdam, het bedrijf Learn2Work en TNO.

Blonk: “Bedrijfsleven en speciaal onderwijs werken binnen dit project samen, waarbij het onderwijs plaatsvindt binnen het bedrijf. Er zijn inmiddels zeventien TOP- en DOE-academies, waaraan meer dan tweehonderd jongeren deelnemen. Ik ben heel benieuwd naar het proces en de opbouw daarvan, de effectiviteit en in het bijzonder naar de factoren die maken dat een bedrijf wel of juist niet instapt.”

Een van de conclusies die Blonk wel al kan trekken, is dat het ook aan de werkgeverskant om de lange termijn gaat. “Het gaat niet om het creëren van één baan, maar om het bewerkstelligen van sociaal ondernemen.”

Eenduidigheid

Het mooie van het model van Fishbein en Ajzen is volgens Blonk tot slot dat het model ook zorgt voor eenduidigheid in taal. “Je kunt het plakken op alle actoren – alle professionals – in het aan werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo creëer je meer eenduidigheid in hun communicatie. Dit leidt tot meer duidelijkheid en hopelijk ook tot meer werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.”

De uitdaging

De komende jaren gaat de bijzonder hoogleraar aan de slag met het model van Fishbein en Ajzen en deze manier van denken. “Binnen de leerstoel willen we niet zozeer nieuwe individu gerichte interventies ontwikkelen. Het gaat veel meer om het beschrijven van de bestaande praktijkkennis aan de hand van dit model en die praktijkkennis met hulp van methodisch werken verder onderbouwen en aanscherpen.”

Daarmee is Blonk afgelopen jaar al begonnen door het model te presenteren tijdens congressen en bijeenkomsten met arbeidsdeskundigen. “Daarin leg ik uiteraard ook de verbinding met de verschillende instrumenten en leidraden die het Arbeidsdeskundig Kennis Centrum al heeft ontwikkeld. De Scan Werkvermogen Werkzoekenden, gefundeerd op dit model, is daarvan een mooi voorbeeld.”

De nieuwe leerstoel Arbeidsdeskundigheid en Inclusieve innovatie van Arbeid is ingesteld door het Arbeidsdeskundig Kennis Centrum (AKC) bij Tilburg University (Tilburg School of Social and Behavioral Sciences en aan de aldaar verbonden departementen Human Resource Studies en de Academische Werkplaats Arbeid en Gezondheid Tranzo).