Eindelijk staat vast dat werkgevers een compensatie krijgen voor de transitievergoeding die zij aan werknemers hebben betaald nadat de arbeidsovereenkomst na 104 weken arbeidsongeschiktheid is beëindigd. De maatregel gaat in op 1 april 2020, maar met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015.

Werkgevers die vanaf 1 juli 2015 de arbeidsovereenkomst met een werknemer na 104 weken arbeidsongeschiktheid hebben beëindigd én een vergoeding hebben betaald, kunnen aanspraak maken op compensatie van het UWV. Hiermee lijkt het financiële argument voor werkgevers om arbeidsovereenkomsten slapend in stand te houden te zijn weggenomen. Maar geen maatregel zonder voorwaarden. Dus ook in dit geval.

Hoe was het ook weer

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid op 1 juli 2015 heeft iedere werknemer recht op een transitievergoeding als hij of zij langer dan 24 maanden heeft gewerkt bij het bedrijf en de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd.

Die vergoeding komt neer op 1/6 maandsalaris voor iedere zes maanden die de werknemer bij de werkgever in dienst is geweest.

De werknemer heeft recht op die vergoeding, ongeacht de reden voor het ontslag. Dus ook als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd nadat de werknemer 104 weken of langer arbeidsongeschikt is geweest.

Onredelijk

Veel werkgevers vinden dit onredelijk of zijn financieel niet in staat om die transitievergoeding te betalen. Ze vinden het onredelijk, omdat aan de werknemer tijdens de 104 weken ziekte het loon, al dan niet gedeeltelijk, moet worden doorbetaald en ook vaak nog de nodige re-integratiekosten zijn gemaakt.

Veel werkgevers kozen en kiezen er nog voor de arbeidsovereenkomst na die 104 weken arbeidsongeschiktheid dan maar niet te beëindigen en slapend in stand te houden. Slapend, omdat er geen arbeid meer wordt verricht en er na 104 weken ook geen loonbetalingsplicht meer bestaat.

Compensatie begrensd

Terug naar de voorwaarden van de nieuwe maatregel. De hoogte van de compensatie, die door het UWV wordt betaald, is maximaal het bedrag aan transitievergoeding waar de werknemer na 104 weken arbeidsongeschikt recht op heeft.

Heeft de werkgever aan de werknemer een hogere vergoeding betaald omdat het zo is overeengekomen, of omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst pas veel later dan het moment waarop de werknemer 104 weken arbeidsongeschikt was heeft beëindigd? Dan zal het UWV het meerdere niet compenseren. Dat deel blijft dus voor rekening van de werkgever. Veel werkgevers zijn hier niet van op de hoogte!

Risico’s

In mijn praktijk zie ik dat er nog steeds werkgevers zijn die dienstverbanden slapend houden. Zij geven aan te wachten totdat de regeling in werking treedt. Maar dat duurt nog ruim 18 maanden! De nieuwe maatregel gaat namelijk in op 1 april 2020.

Veel werkgevers willen of kunnen de bedragen niet zo lang voorschieten. Maar dat kan ze juist duur komen te staan. Het wachten kan namelijk méér kosten. Als een werknemer bijvoorbeeld op 1 juli 2015 al 104 weken ziek was en een werkgever wacht tot 1 april 2020 is de periode die niet gecompenseerd wordt door het UWV zelfs bijna vijf jaar. Daarnaast blijft het risico bestaan dat dat een werknemer weer geheel of gedeeltelijk herstelt en zich mogelijk op enig moment weer beschikbaar stelt voor werk en aanspraak maakt op loon zolang het dienstverband slapend wordt gehouden.

Advies

Ik adviseer werkgevers de transitievergoeding voor te schieten als zij daartoe financieel enigszins in staat zijn. Dit kan door het sluiten van een beëindigingsovereenkomst, waarin de reden van beëindiging wordt opgenomen.

Wil de werknemer een dergelijke overeenkomst niet sluiten? Dan raad ik aan de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Hiervoor is toestemming van het UWV wel noodzakelijk.

Werkgevers, blijf in ieder geval wakker als het gaat om het maken van verstandige keuzes rondom slapende dienstverbanden!

Pascal Besselink, Senior Jurist Arbeidsrecht en Pensioenrecht bij juridisch dienstverlener DAS.

© BG magazine