Annemiek is overgeplaatst naar een andere afdeling in de zorginstelling waar ze werkt.

Na een paar heerlijke jaren op Verpleging is ze door een bedrijfsongeval twaalf jaar geleden bij Facilitair terecht gekomen. Ze vond het werk leuk, maar moest vorig jaar weg door een reorganisatie.

Nu werkt ze bij Personeelszaken en dat is geen succes. Het klikt niet met haar collega’s. Ze zit de hele dag achter een computer, terwijl ze een echte doener is.

Annemiek klinkt zwaarmoedig aan de telefoon. Ze is 52 jaar en ziet geen uitweg. Blijven op deze werkplek lijkt geen optie, maar weggaan ook niet. Want hoe komt ze nog aan een baan?

Heroriëntatietraject

Annemiek krijgt van haar werkgever toestemming om een heroriëntatietraject te doen, speciaal bedoeld voor dit soort omstandigheden.

Dit traject mondt vijf maanden later uit in nóg een interne overplaatsing, maar wel een die ze zelf he-le-maal ziet zitten.

Ze wordt coördinator van een 40-koppig team van vrijwillige gastvrouwen en gastheren. Een baan die haar via een omweg weer in contact brengt met de patiënt en haar helemaal doet opbloeien. Ze heeft er dan ook alle capaciteiten voor. Een uitkomst waar ze nooit van had durven dromen.

Niet ‘miepen’

Een prachtkans dus, maar een die niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Ze was nooit op die plek uitgekomen als ze de moed niet had gehad haar probleem onder ogen te zien.

Iets wat de meeste mensen niet doen. Die willen eerst zekerheid voordat ze in beweging komen. En omdat die zekerheid nooit geboden kan worden, bewegen ze niet.

Annemiek heeft het lef opgebracht om ondanks haar depressieve gevoelens, lage energieniveau en lage verwachtingen, op zoek te gaan naar een oplossing. Zo moedig! En zo trouw aan zichzelf!

Door haar rotgevoel over haar baan bij PZ serieus te nemen en niet te blijven ‘miepen’ over haar collega’s, maar zelf aan de slag te gaan, kreeg ze haar leven weer op de rails.

Vermogen tot overgave

Waarom lukte Annemiek wat velen niet lukt? Ik ben van mening dat dit te maken heeft met haar vermogen tot overgave. Toen zij ons bureau belde, voelde ze zich heel klein vertelde ze later.

Ze zag het niet meer zitten. Haar geest bleef alsmaar hangen in feiten en gebeurtenissen: in de innerlijke en uiterlijke conflicten die ze ervoer. Opmonterende woorden van anderen bereikten haar niet meer. Ze voelde zich gefrustreerd, beperkt en benauwd.

Toch reikte ze uit naar hulp. Mijn collega Paul die haar begeleidde, kon aanvankelijk weinig anders doen dan haar nood en pijn aan te horen en haar tranenvloed verdragen.

Tranen van rouw overigens, over… het verlies van haar eerste baan als verpleegkundige, twaalf jaar daarvoor…

Wakker worden

Zo’n periode van innerlijke duisternis wordt in de transpersoonlijke psychologie wel ‘the dark night of the soul’ genoemd. Dit is een reinigingsmechanisme van onze geest.

Zelfs een positief mens kan dergelijke fasen in zijn leven niet tegenhouden en dat is dan ook niet de bedoeling.

Door eraan toe te geven komt er paradoxaal genoeg weer ruimte in je geest. Op een gegeven moment word je hieruit als het ware wakker, niet zelden door een droom, of door een helder inzicht.

Je realiseert je bijvoorbeeld dat de oplossing niet van buiten zal komen, dat gedane zaken geen keer nemen. Of dat je je leven niet volledig kunt beheersen.

Resetten

Nadat de grauwsluier van negativiteit is opgetrokken, wordt je blik weer helderder en treedt de bevrijdingsfase in. Zich bevrijden doen mensen overigens zelf, als ze er klaar voor zijn.

Je kunt het als buitenstaander faciliteren, maar niet afdwingen. Hoe meer druk je er op legt, hoe langer het duurt.

Je herkent de bevrijdingsfase aan de overgave aan niet-weten. Mensen bevrijden zich van hun gehechtheid aan het oude beeld van hoe het had moeten zijn. En als het even kan, ook van het dwangmatige verlangen de toekomst te willen controleren.

Het bevrijden van de angst voor de toekomst markeert de overgang naar herstel. Met het loslaten geven ze zichzelf toestemming om te resetten.

Niet moeten maar mogen

De overgave aan het niet-weten dan wel het loslaten van de ratio vergt veel moed. We zijn zo niet opgevoed en je naasten helpen er meestal ook al niet bij.

Tegelijkertijd is het een zegen om van je zelf te mogen denken: “Ik weet het (nog) niet, maar dat komt wel.” Of: “Ik moet niet, ik mag!” Of voor gelovige mensen: “Ik sta er niet alleen voor, ik word beschermd.” En voor mensen die vertrouwen in de fundamentele goedheid van het bestaan: “Wie weet is het ergens goed voor, laat ik er iets van proberen te maken.”

Mij troostte de volgende dichtregel van Hafiz ooit in moeilijke tijden: “The place where you are right now, is the place God circled on the map for you.” Dit hielp mij om neutraler naar mijn situatie te kijken en me te openen voor mogelijkheden waar ik eerder geen oog voor had.

Nieuwe mogelijkheden

And that’s where the magic comes in”. Door je overgave aan ‘wat is’, creëer je ruimte voor nieuwe mogelijkheden en kansen. Doordat je weer verder durft te kijken – voorbij je favoriete oplossing – ontdek je misschien wat je écht zou willen.

Want in zo’n periode dringt zich al gauw de vraag op: waar draait het allemaal om? En hierdoor komen een hoger doel, je natuurlijke gaven en je geliefden weer in beeld.

Je komt weer in contact met wat er leeft in je hart. En daar vind je de wijsheid die je klaarmaakt voor het maken van nieuwe keuzes, die dichter bij je zelf liggen.

Je zult niet de eerste zijn, die achteraf dankbaar is voor de donkere periode die achter je ligt. Zonder die ervaring was je immers nooit gekomen waar je nu bent. Kijk maar naar Annemiek.

© BG magazine