Weledelgestrenge heer Asscher, beste Lodewijk,

Na een formele start kies ik er toch maar voor je te tutoyeren. Ik wil namelijk in alle openheid een aantal zaken met je bespreken.

Om maar direct met de deur in huis te vallen, ik ben behoorlijk geschrokken van de kamerbrief, waarmee je de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid een reactie geeft op het Abrona-rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Uit je brief leid ik af, dat je de problemen voor de begeleiding van zowel verzuim als preventie onderschat.

De AP banjert vrolijk door alle domeinen heen

Je geeft aan dat het je “niet past om in de individuele, specifieke casus van Abrona te treden”. In je brief verwijs je niet alleen naar het Abrona-rapport, maar ook naar de ‘nieuwe beleidsregels’ (De zieke werknemer).

Daarmee laat je blijken, dat je wel degelijk beseft dat de vragen van je vaste kamercommissie niet alleen over Abrona gaan, maar eigenlijk alle werkgevers raken. Desondanks voel ik toch je weerstand om buiten het domein van je eigen ministerie ‘in te grijpen’. Heel jammer, omdat de AP ondertussen vrolijk door alle domeinen heen banjert.

Er zijn wel degelijk uitzonderingen voor de verwerking van persoons-gegevens

Dapper doe je je best het probleem terug te brengen tot in steen gebeitelde privacyregels. Daarbij ga je er aan voorbij, dat er wel degelijk uitzonderingen zijn voor de verwerking van persoonsgegevens.

De AP geeft in de beleidsregels zelf het volgende voorbeeld van een uitzondering: “Zo zijn werkgevers op grond van de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 (Wet VLZ) verplicht om het loon van zieke werknemers twee jaar lang door te betalen. Op basis hiervan mag de werkgever gegevens over de gezondheid van zieke werknemers verwerken die noodzakelijk zijn om het recht op loondoorbetaling vast te stellen.” Op basis van noodzakelijkheid kunnen dus nauw omschreven uitzonderingen aan privacyregels worden toegevoegd!

In je kamerbrief geef je aan dat de AP met de nieuwe beleidsregels meer duidelijkheid probeert te geven. Jammer genoeg is het eigenlijk wel duidelijk wat de AP en haar voorganger het College Bescherming Persoonsgegevens bedoelt.

De kern van het probleem is echter dat de duidelijkheid van de AP gepaard gaat met inperking van de speelruimte die nodig is voor goede en snelle begeleiding van re-integratie en preventie. In je brief geef je aan dat de AP graag bereid is de Vaste Commissie hier uitleg over te geven. Een uitleg gaat de werkgevers deze ruimte niet teruggeven.

Waar maak ik mij nou druk over? Ik neem je mee terug in de tijd. Vanaf 1992 is de verantwoordelijkheid voor de verzuimbegeleiding steeds meer bij werkgever (en werknemer) neergelegd. Even een rijtje: allereerst werd de Ziektewetpremie afhankelijk van instroom in de Ziektewet volgens het principe “de vervuiler betaalt”!

Vervolgens kregen we de Wet terugdringing ziekteverzuim (1994), de Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (Wulbz, 1996), de Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheid (Pemba, 1998) en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (VLZ, 2004).

De premiedifferentiatie van de Pemba werd uiteindelijk vervangen door de WGA. Een geraffineerde combinatie van het verlengen van loondoorbetaling en steeds verdergaande toerekening van uitkeringen heeft er voor gezorgd dat de instroom in arbeidsongeschiktheidsuitkeringen eindelijk weer kelderde.

De werkgever is de poortwachter

Werkgevers hebben veel moeten slikken, maar kregen in ruil daarvoor de mogelijkheid de instroom zelf te beïnvloeden. Ik voeg hier nog een sleutelwet aan toe: de Wet verbetering Poortwachter.

Hier hebben we wat mij betreft een sleutelbegrip te pakken: de Poortwachter. Dat is in dit geval de werkgever, niet de bedrijfsarts en niet de arbodienst. Alhoewel de laatste twee een belangrijke adviserende rol hebben, is het uiteindelijk de werkgever die moet voorkomen dat zijn werknemer de WIA instroomt.

Betere resultaten liepen parallel aan de trend van demedicalisering. Werkgevers hebben geleerd zelf in gesprek te gaan met hun werknemers. Managers zijn massaal getraind om zelf de verantwoordelijkheid te nemen en afspraken te maken. De hele sociale wetgeving is inmiddels doortrokken van het denken vanuit mogelijkheden.

Re-integratie is gebaat bij snelheid en openheid

In praktijk blijkt dat re-integratie gebaat is bij snelheid en openheid. Bij kort verzuim gaan werkgever en werknemer in gesprek; niet over diagnoses en behandelingen, maar over arbeidsmogelijkheden. Wat zou een werknemer nog wél kunnen doen en is er ondersteuning nodig door bijvoorbeeld vervoer te regelen? Heel praktisch, heel effectief en heel erg conform de uitgangspunten van de Wet verbetering Poortwachter.

De primaire verantwoordelijkheid bij de werkgever neerleggen, bleek een bijzonder effectieve maatregel te zijn. Zelfs zo effectief, dat deze truc recent nog een keer werd toegepast op de wet BeZaVa. De instroom van flex-ers in de WIA bleek te hoog te zijn, dus maken we de werkgever ook daar verantwoordelijk voor.

Er dreigt een nieuwe golf van medicaliseren, maar de overheid geeft niet thuis.

Nu komen we eindelijk bij mijn punt: ik hoor je helaas niet over de morele verantwoordelijkheid die de overheid door deze uitruil tegenover werkgevers heeft. De sturing is bij de werkgever neergelegd, maar de mogelijkheid om bij te sturen wordt nu deels door de beleidsregels van de AP teniet gedaan. Er dreigt een nieuwe golf van medicaliseren, maar de overheid geeft niet thuis.

De AP maakt helaas geen onderscheid tussen arbeids-, functionele en medische beperkingen. In de beleidsregels staat letterlijk: “De bedrijfsarts mag daartoe de beperkingen van de werknemer wel aan de werkgever doorgeven, maar de werkgever mag daar niet zelf direct bij de werknemer naar vragen en dit gegeven niet verwerken.”

De werkgever moet dus autorijden, maar mag zelf alleen nog het gaspedaal bedienen en niet meer het stuur

Het in goed overleg afspraken maken over (deel)taken wordt hiermee geblokkeerd. Om afspraken te kunnen maken, zou de werkgever formeel altijd eerst een consult bij de bedrijfsarts in moeten laten plannen. Dat geldt niet alleen voor het maken van afspraken rond hervatting bij kort verzuim, maar ook bij elke aanpassing van eerdere afspraken. De werkgever moet dus autorijden, maar mag zelf alleen nog het gaspedaal bedienen en niet meer het stuur.

De Autoriteit Persoonsgegevens probeert op deze manier te voorkomen dat de werkgever zelf gaat dokteren. Maar is dat wel nodig? Kunnen werkgever en werknemer zelf niet tot afspraken komen? Het uitgangspunt dat werknemers niet over mogelijkheden in het eigen werk kunnen praten is ronduit paternalistisch. Is er twijfel of zijn er na overleg vragen, dan zal altijd een advies aan de bedrijfsarts moeten worden gevraagd.

De AP hoeft niet de toegankelijkheid van de bedrijfsarts te regelen. Het ‘veiligheidsventiel’ is al aanwezig door de recente reparatie van de Arbowet; de werknemer krijgt in de vorm van het arbeidsomstandighedenspreekuur weer vrije toegang tot de bedrijfsarts.

Sociale problematiek wordt achteloos op de grote hoop van medische gegevens gegooid

Er wordt een beroep gedaan op werkgevers om hun verantwoordelijkheid te pakken als het gaat om pesten, schulden en sociale problematiek. Veel werkgevers geven invulling aan hun zorgplicht door sociale interventies in te zetten. Maar ook een vraag als “waar kunnen we je mee helpen” zou volgens de AP niet meer kunnen. Ook sociale problematiek wordt achteloos op de grote hoop van medische gegevens gegooid.

Bedrijfsartsen zijn in toenemende mate een schaars goed. Er wordt in dezelfde vijver gevist voor meer verzekeringsartsen en de mogelijke nieuwe arbeidsarts. Bovendien wordt er een zwaarder beroep op de bestaande groep bedrijfsartsen gedaan door het recht op een second opinion. De beroepsgroep geeft zelf aan dat de focus van verzuimbegeleiding naar preventie moet verschuiven.

De AP zet nóg meer druk op het systeem. Elke afspraak die een werkgever nog met een werknemer maakt, zou gebaseerd moeten worden op een advies van de bedrijfsarts. Serieus? Praktisch gezien lijkt mij dit gewoon niet mogelijk!

Ik wil het ook nog even met je over de vangnetbepaling hebben. De AP – maar ook jij – doet voorkomen dat er maar één soort vangnet is. De reikwijdte van dit vangnet is wel degelijk afhankelijk van de onderliggende regeling.

Hoe lang dekking van de no-riskpolis geldig is, verschilt tussen Wajong, WIA en het aannemen van een oudere werkzoekende die langdurig werkloos is (soort vangnet). De werkgever moet dus weten waarom de no-riskpolis van toepassing is om te kunnen bepalen of de gedifferentieerde premie of WGA-uitkering wel terecht wordt toegerekend.

Je geeft het volgende aan: “Ik bezie in samenwerking met het UWV wat dit betekent.” Dit kan niet buiten de werkgever om worden geregeld. Deze moet zelf kunnen controleren of de no-riskpolis goed wordt toegepast. Dat kan alleen maar door een uitzondering toe te laten voor de verwerking van het soort vangnetregeling. Het gaat hierbij niet om de controle of er recht is op loondoorbetaling, maar om het kunnen toetsen door werkgevers dat de no-riskpolis goed wordt toegepast.

De AP rekt de term “medische gegevens” maximaal op

Of moeten werkgevers gewoon maar klakkeloos twee jaar loondoorbetaling en potentieel tien jaar uitkeringskosten betalen als er fouten worden gemaakt bij het UWV? Dat gebeurt in praktijk namelijk regelmatig! Daarbij is het echt klinkklare onzin dat je uit de grond van de vangnetregeling af zou kunnen leiden wat er medisch mankeert. Ook hier rekt de AP de term “medische gegevens” maximaal op.

Een onderwerp dat in je brief helemaal buiten beschouwing blijft is preventie. Dat begrijp ik omdat de Vaste Commissie hier geen vragen over heeft gesteld. Ik wil dit onderwerp echter wel benoemen. Alle recente positieve initiatieven, waarin werkgevers o.a. door de SER worden opgeroepen om een open dialoog aan te gaan over chronische ziektes en psychische aandoeningen, kunnen door de beleidsregels van de AP rechtstreeks naar de vuilnishoop.

Beste Lodewijk, treed buiten het kader van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zoek de dialoog en geef bij de Autoriteit Persoonsgegevens aan dat de beleidsregels te ver doorschieten en daarmee afbreuk doen aan de geest (en de letter) van de sociale wetgeving in Nederland. Laat werkgevers niet met lege handen staan. Bij verantwoordelijkheid hoort de mogelijkheid bij te kunnen sturen en die staat onder druk.

Dit valt op te lossen door het begrip “medische gegevens” niet verder op te rekken en in oplossende zin naar het noodzakelijkheidsprincipe en goed beschreven uitzonderingen voor de verwerking van persoonsgegevens te kijken! De duidelijkheid van de AP zorgt anders voor onzekerheid bij werkgevers en dat is niet goed voor re-integratie en preventie en daarmee ook niet goed voor werknemers.

Ik hoop dat je mij mijn vrijmoedigheid vergeeft!

Met vriendelijke groet,

Jurgen van der Baan, Casemanager in hart en nieren, www.arboshock.nl

© BG magazine

Vervolgcolumn van Jurgen van der Baan
En nou is het genoeg!