Sinds invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in 2015 heeft iedere werknemer die ten minste 24 maanden in dienst is geweest en waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, recht op een transitievergoeding. Ongeacht de reden grond van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dus ook de werknemer die na langdurige arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen, heeft recht op die transitievergoeding.

Voor de werkgever kan dat zwaar in de papieren lopen. Voor vele, met name kleine, ondernemingen, een bijna niet te dragen risico. Het zal dan ook niemand verbazen dat ondernemers zochten naar escapes om onder deze zware financiële verplichting uit te komen. Het slapende dienstverband bleek een middel.

Een slapend dienstverband is een dienstverband waarbij de langdurig zieke werknemer niet meer werkt en de werkgever geen loon meer betaalt. Dat kan omdat na 104 weken de loonbetalingsplicht stopt en de werknemer veelal in aanmerking komt voor een uitkering van het UWV.

Niet fatsoenlijk werkgeverschap

De slapende dienstverbanden houden de gemoederen sinds 2015 flink bezig. En nu weer. Aanleiding voor kamerleden Wiersma (VVD) en Van Kent (SP) om de minister vragen te stellen, is een uitspraak van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg en een artikel in het FD van 23 januari 2019. En dat was niet de eerste keer. Al drie keer eerder werd de minister om uitleg gevraagd. In 2015 antwoordde toenmalig minister Asscher: “Als de enige reden voor het onbetaald in dienst houden van een werknemer is het niet willen betalen van een transitievergoeding dan getuigt dat in mijn ogen niet van fatsoenlijk werkgeverschap”.

Slapende dienstverbanden sliepen gewoon door

De slapende dienstverbanden liggen politiek bijzonder gevoelig en zijn de verantwoordelijke ministers een doorn in het oog. Ze willen er vanaf. Asscher dacht het te kunnen gooien op onfatsoenlijk werkgeverschap, maar rechters hebben in meerdere procedures inmiddels geoordeeld dat het slapend houden van de arbeidsovereenkomst niet strijdig is met goed werkgeverschap. Het levert evenmin ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever op. De slapende dienstverbanden sliepen gewoon door.

Compensatieregeling

De minister ging naarstig op zoek naar een oplossing en kwam vorig jaar met een compensatieregeling. Die regeling komt er kort gezegd op neer dat de werkgever, die de arbeidsovereenkomst met de langdurig arbeidsongeschikte werknemer beëindigt, de betaalde transitievergoeding gecompenseerd krijgt van het UWV.

Zoals elke regeling kent ook deze regeling een paar voorwaarden. Zo is de hoogte van de vergoeding die UWV zal compenseren gemaximeerd ter hoogte van het bedrag berekend op de datum waarop de werknemer 104 weken arbeidsongeschikt was. Het meerdere compenseert UWV niet. De aanvraag moet de werkgever indienen binnen zes maanden nadat de vergoeding is betaald.

De compensatieregeling treedt echter pas op 1 april 2020 in werking. Weliswaar met terugwerkende kracht vanaf de invoeringsdatum van de Wwz, maar toch.

Pleisters plakken

De compensatieregeling is een mooi staaltje ‘pleisters plakken’. Al tijdens de parlementaire behandeling van de Wwz waarschuwden arbeidsjuristen voor het gevaar van het ontstaan van slapende dienstverbanden. Desondanks kwam de wet er. Die wet moet door rechters worden toegepast. En dan kan de minister wel zeggen dat het slapend houden van de arbeidsovereenkomst niet getuigt van fatsoenlijk werkgeverschap, maar als de wet anders bepaalt, is dat het uitgangspunt. Daar heeft een minister geen invloed op.

Eind december 2018 kreeg een slapende werknemer wel voet aan de grond. Het Scheidsgerecht Gezondheidszorg veroordeelde een werkgever om een werknemer te ontslaan onder toekenning van een transitievergoeding van bijna 1,5 ton. Getuige de kritiek op deze uitspraak zal deze hoogstwaarschijnlijk weinig navolging krijgen in de rechtspraak.

De slapende dienstverbanden blijven bestaan. Daar doet de compensatieregeling en uitspraak van het Scheidsgerecht niets aan af. Pas na 1 april 2020 zal men mogelijk wakker worden.

Wet arbeidsmarkt in balans

De Wwz kende de afgelopen jaren meer reparaties. Onnodig, als destijds beter was geluisterd naar de praktijk en ‘stakeholders’. De wet werd in twee middagen door de Tweede Kamer gejaagd. Dat verdient een belangrijk onderwerp als het arbeidsrecht niet.

Begin februari jl. werd het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans, de opvolger van de Wwz, door de Tweede Kamer aangenomen. Nu is het woord aan de Eerste Kamer. Ik roep de kamerleden op om de minister wakker te houden en te voorkomen dat er straks weer onnodig pleisters geplakt moeten worden. Zorgvuldigheid voor snelheid graag!

Pascal Besselink, Senior Jurist Arbeidsrecht en Pensioenrecht bij juridisch dienstverlener DAS.

© BG magazine