BG_bird2100% onafhankelijk
Re-integratieWGA eigenrisicodragerschap

WGA eigenrisicodragerschap

WGA-risico zelf verzekeren? Concrete adviezen over WGA-eigenrisicodragerschap

Verdieping Verdieping

Opinie Opinie

Interview

Maandthema

Als werkgever wilt u grip houden op de kosten van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Veel werkgevers hebben vanuit kostenoogpunt besloten om het risico op basis van de WGA onder te brengen bij een private verzekeraar.

Overweegt u, voor uw organisatie, ook de overstap van UWV naar privaat? Dit artikel geeft u concrete adviezen om tot een beslissing te komen.

Werkgevers in Nederland hebben voor hun zieke werknemers een loondoorbetalingsplicht van twee jaar. Gedurende die periode is de werkgever verplicht zich in te zetten voor re-integratie van de werknemer.

Is de werknemer na twee jaar niet in staat het werk volledig te hervatten, dan kan hij een beroep doen op de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). De WIA bestaat uit twee delen:

  • IVA Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, bedoeld voor werknemers die duurzaam en voor tenminste 80% arbeidsongeschikt zijn.
  • WGA Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, bedoeld voor werknemers die voor minimaal 35% en voor maximaal 80% arbeidsongeschikt zijn. Ook werknemers, die volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn, vallen onder de WGA.

Werkgever draagt 10 jaar lang de WGA-uitkeringslast

De IVA wordt gefinancierd vanuit de basispremie en heeft daardoor geen financiële consequenties voor u als werkgever. Indien één van uw werknemers in aanmerking komt voor de WGA, dan blijft u 10 jaar lang financieel verantwoordelijk voor een groot deel van de uitkeringslast van deze werknemer, ongeacht of hij nog in dienst is.

UWV verhaalt de uitbetaalde WGA-uitkeringen op u via de zogenaamde gedifferentieerde WGA-premie. Deze premie stijgt dus bij een toename van arbeidsongeschiktheid in uw organisatie.

Sinds 2007 kunt u zich als werkgever verzekeren voor dit risico. U kiest dan voor het ‘eigenrisicodragerschap voor de WGA’. U betaalt dan geen WGA-premie meer aan UWV, maar een verzekeringspremie aan een private verzekeraar.

UWV blijft in geval van eigenrisicodragerschap overigens wel de uitbetaling van de WGA-uitkeringen verzorgen. U ontvangt hiervoor periodiek een nota van UWV, die u vervolgens declareert bij de private verzekeraar.

‘Gezonde’ werkgevers verlaten UWV

In 2010 hebben 25.000 werkgevers de overstap gemaakt van het publieke bestel (UWV) naar een private verzekeraar. In totaal waren eind 2010 al ruim 95.000 werkgevers eigenrisicodrager voor de WGA. Dit is 26% van het totale aantal werkgevers.

Vaak is de overstap een reactie op de fors gestegen gedifferentieerde premie van UWV. Hierdoor lijkt een vicieuze cirkel te ontstaan. Omdat de overstap vooral interessant is voor werkgevers met weinig of zelfs zonder WGA-instroom, verlaten met name zij UWV. Er blijven daardoor minder werkgevers over om de relatief grote totale schadelast op te brengen.

Dit zorgt weer voor een stijging van de individuele gedifferentieerde premie, waardoor nog meer relatief ‘gezonde’ werkgevers UWV verlaten. Dit negatieve beeld vraagt om een nadere beschouwing.

Volledige privatisering op komst

Het laatste kabinet Balkenende had plannen voor volledige privatisering van de WGA. Kabinet Rutte heeft over dit onderwerp nog geen beslissing genomen, maar er lijkt geen weg terug voor de WGA.

De trein van de privatisering is in beweging gezet. Werkgevers verlaten massaal UWV. Niet alleen omdat eigenrisicodragen voor de WGA in veel gevallen financieel gunstig is, maar ook omdat ze niet tot de achterblijvers willen behoren.

Achterblijvers riskeren een staartlast

Bij de afschaffing van de gedifferentieerde premie van de WAO (PEMBA) in 2008 werden de achterblijvers van de WAO geconfronteerd met een zogenaamde ‘WAO-staartlast’. Deze staartlast werd, via een uniforme premie van 0,15 % van de loonsom, omgeslagen over alle bedrijven die voor de WAO bij UWV waren gebleven.

Op een vergelijkbaar scenario bij de privatisering van de WGA zitten de meeste werkgevers niet te wachten. Ze nemen zelf het heft in handen en kiezen een private verzekeraar. Belangrijk daarbij is, dat u als werkgever nu nog zelf het overstapmoment kunt bepalen. Een goede afweging van de verschillende opties kan leiden tot een aanzienlijke kostenreductie. Welke kosten aan de orde zijn, leest u hieronder.

Kosten WGA risico via UWV

De keuze om eigenrisicodrager voor de WGA te worden begint met de vraag over het financiële belang hiervan. Want wat kost het WGA-risico eigenlijk als u hiervoor publiek verzekerd blijft bij UWV? De kosten van de WGA in een bepaald jaar kunt u berekenen door de gedifferentieerde WGA-premie (in %) te vermenigvuldigen met de loonsom.

De gedifferentieerde WGA-premie van vandaag is echter geen garantie voor de toekomst. UWV maakt ieder najaar de parameters bekend aan de hand waarvan de WGA-premie van het komende jaar wordt berekend. De WGA-uitkeringen in het jaar 2009 (WGA uitkeringslast 2009) aan (ex)werknemers van uw organisatie vormen de grondslag bij de berekening van de gedifferentieerde WGA-premie van 2011.

Overigens wordt deze berekening aan de onderkant met een minimum en aan de bovenkant met een maximumpremie begrensd. Kleine werkgevers (1) betalen een premie tussen 0,56% en 1,65%; grote werkgevers tussen 0,07% en 2,20% van de loonsom. Op de website van UWV kunnen werkgevers, met de Premiewijzer-WIA eenvoudig zelf de gedifferentieerde WGA-premie berekenen.

Kosten WGA-risico via een private verzekeraar

Blijft u bij UWV verzekerd, dan is de gedifferentieerde WGA-premie in principe uw enige kostenpost. Dat lijkt misschien de makkelijkste optie, maar dat is zeker niet in alle gevallen de goedkoopste optie. Eigenrisicodragers voor de WGA krijgen weliswaar te maken met meer kostenposten, maar niet vanzelfsprekend ook meer kosten.

(1) Voor de premiestelling in 2011 beschouwen UWV en Belastingdienst elk bedrijf dat in 2009 een loonsom had € 747.500,= als een klein bedrijf. Deze grens is gebaseerd op 25 maal de gemiddelde loonsom (in 2009 € 29.900,-).

WGA-eigenrisicodragerschap 2011

Mogelijke kostenposten bij een private verzekeraar zijn:

  • Verzekeringspremie
  • Inlooprisico
  • Uitlooprisico
  • Re-integratie-inspanningen

Een toelichting op deze kostenposten volgt hieronder.

Verzekeringspremie
Inzicht in de kosten van WGA-eigenrisicodragerschap begint bij een premieberekening. Werkgevers zonder WGA-instroom betalen gemiddeld een verzekeringspremie van 0,3 % van de loonsom. Deze premie is gebaseerd op de sector waarin uw organisatie actief is. Voor werkgevers met WGA-instroom is de premieberekening een complexe berekening. Verzekeraars baseren de premie op een inschatting van de toekomstige schadelast met behulp van de volgende gegevens:

  • de gedifferentieerde WGA-premie die u bij UWV betaalt
  • de tendens in de WGA-instroom
  • overzicht van zieke werknemers
  • de leeftijd van uw werknemers
  • de branche waarin uw organisatie actief is

Het is in alle gevallen aan te raden door meerdere verzekeraars een berekening te laten maken. Afhankelijk van de situatie in uw organisatie zijn er grote verschillen tussen verzekeraars.

Inlooprisico

In principe biedt de verzekering dekking voor WGA-uitkeringen, die UWV betaalt aan uw (ex)werknemers (WGA-uitkeringslast). Dit geldt alleen als de eerste ziektedag van de werknemer na de ingangsdatum van de verzekering ligt. Alle werknemers die al ziek of arbeidsongeschikt zijn op de ingangsdatum van de verzekering, vallen onder het zogenaamde ‘inlooprisico’.

De kosten voor deze werknemers worden niet vergoed. Wel bieden vrijwel alle verzekeraars tegenwoordig de mogelijkheid om het inlooprisico te verzekeren tegen een extra (koopsom)premie. Een aantal verzekeraars biedt zelfs een standaarddekking van het inlooprisico voor een bepaalde periode (tot 6 maanden).

Het is zeker de moeite waard hierop te letten bij het vergelijken van polissen. Vergeet bij het inlooprisico uw oproepkrachten niet. Zijn zij daadwerkelijk oproepkracht en vallen zij daarom buiten het WGA-risico? Of zijn zij feitelijk vaste medewerkers, waarvoor u als werkgever financieel verantwoordelijk bent, wanneer er sprake is van arbeidsongeschiktheid?

Premies niet klakkeloos vergelijken

De premie, die u voor het WGA-risico betaalt aan een private verzekeraar, is niet zondermeer te vergelijken met de gedifferentieerde premie, die UWV u in rekening brengt. Het inlooprisico van werknemers die al ziek of arbeidsongeschikt zijn op het moment van overstappen, moet dus in de vergelijking meegenomen worden.

Inlooprisico zelf inschatten

Net als bij iedere andere verzekering beoordeelt u zelf uw risico op schade. In dit geval brengt u eerst in kaart welke werknemers al in de WGA zitten en welke medewerkers op dit moment ziek zijn. Dan bepaalt u hoe groot de mogelijke WGA-uitkeringslast wordt bij daadwerkelijke arbeidsongeschiktheid.

Welk deel van het inlooprisico u zelf kunt dragen en welk deel u wilt verzekeren? Dat blijft uw keuze. Laat u hierover goed adviseren door een onafhankelijke, deskundige partij.

Schadelast blijft uit?

Besluit u het inlooprisico te verzekeren, bespreek dan met de verzekeraar wat er gebeurt als een verwachte schadelast uitblijft. Bijvoorbeeld door overgang naar de IVA of door overlijden van betrokken (ex)werknemers? Een premieverlaging lijkt logisch, maar is zeker (nog) niet gebruikelijk.

Uitlooprisico

Heeft u het WGA-risico al ondergebracht bij een private verzekeraar en wilt u terugkeren naar UWV of overstappen naar een andere verzekeraar? In die situatie speelt het ‘uitlooprisico’ een rol. Werknemers die al ziek of arbeidsongeschikt zijn op het moment van wijzigen, vallen onder het zogenaamde ‘uitlooprisico’.

U blijft als werkgever financieel verantwoordelijk voor deze groep. Bij de meeste verzekeraars valt het uitlooprisico onder de standaarddekking. Een aantal verzekeringen dekt toegenomen arbeidsongeschiktheid vanwege een andere oorzaak echter niet. Laat u hierover goed informeren.

Kosten van re-integratie

Als eigenrisicodrager krijgt u ook te maken met reïntegratiekosten, die eerder voor rekening van UWV kwamen. De WGA-eigenrisicodrager blijft namelijk de eerste 10 WGA- jaren verantwoordelijk voor re-integratie van (ex)werknemers. Denk daarbij aan de voortzetting van het plan van aanpak inclusief eventuele bijstellingen, kosten van een bedrijfsarts en andere interventies.

Toch is dit niet zo belastend als het lijkt. U bepaalt als eigenrisicodrager namelijk zelf de interventies, op basis van de te verwachten toegevoegde waarde. U kunt daarbij bovendien rekenen op snelle en effectieve re-integratieondersteuning vanuit de verzekeraar. Zij bieden medefinanciering van re-integratietrajecten en interventies, arbo-dienstverlening en casemanagement.

UWV heeft geen direct belang bij re-integratie. De verzekeraar heeft juist een groot belang bij een snelle re-integratie is daarom veel pro-actiever dan UWV. Dat heeft voor u als werkgever grote voordelen.

Voor wie is eigenrisicodragerschap interessant?

De keuze voor een private verzekeraar in plaats van UWV is afhankelijk van veel factoren. Er zijn duidelijke richtlijnen, waarop u uw keuze kunt baseren. De huidige parameters binnen de WGA leiden tot de volgende richtlijnen.

Kleine werkgevers (2) zonder inlooprisico zijn beter af bij een private verzekeraar. Ze betalen gegarandeerd een lagere premie (gemiddeld 0,3%) dan de minimum premie van 0,56% die UWV hanteert.

Grote bedrijven met inlooprisico zijn mogelijk beter af bij een private verzekeraar. Of dit voor uw organisatie het geval is hangt met name af van uw inlooprisico en de WGA-uitkeringslast die hier mogelijk nog uit voortkomt. Bij een te verwachten daling van de WGA-uitkeringslast, bijvoorbeeld door overgang naar IVA, overlijden of door overgang naar de lagere vervolguitkering van betrokken (ex)werknemers, is eigenrisicodragerschap al snel aantrekkelijk.

Grote werkgevers zonder instroom lijken beter af bij UWV. Ze betalen dan de minimum premie van 0,07% in plaats van de gemiddelde premie van 0,3% bij een private verzekeraar.

Veel verzekeraars echter bieden veel extra’s, waardoor het totaalpakket van de private verzekeraar mogelijk aantrekkelijker is dan het publieke bestel. Daarnaast voorkomt u dat u in geval van verplichte privatisering bij UWV geconfronteerd wordt met een afrekening van de WGA-staartlast.

Werkgevers die actief zijn in een branche met veel tijdelijke dienstverbanden en/of een lage gemiddelde loonsom, hebben relatief gezien minder kans op WGA-instroom. Private verzekeraars wegen de branchegegevens, in tegenstelling tot UWV, mee in de premieberekening. De overstap naar een private verzekeraar is daardoor eerder interessant voor bedrijven in bijvoorbeeld de horeca, dan voor ICT-bedrijven.

(2) Voor de premiestelling in 2011 beschouwen UWV en Belastingdienst elk bedrijf dat in 2009 een loonsom had € 747.500,= als een klein bedrijf. Deze grens is gebaseerd op 25 maal de gemiddelde loonsom die in het jaar 2009 € 29.900,= bedroeg.

Natuurlijk zijn de kosten een zwaarwegende factor bij de beslissing over te stappen van UWV naar een private verzekeraar. Er zijn echter ook nog andere factoren, die voor u van invloed kunnen zijn op de beslissing.

Risicospreiding

De maximum premie die UWV hanteert is natuurlijk een prettige zekerheid, maar als werkgever schiet u – bij situaties van arbeidsongeschiktheid – vrij snel door van een lage premie naar deze maximum premie.

Een dergelijke, onverwachte lastenverhoging kan flink aankomen. Bij een private verzekeraar is dit risico niet aan de orde. De bescherming die de maximum premie biedt, is bovendien meer een soort schijnzekerheid. UWV werkt namelijk op basis van een omslagstelsel.

De uitkeringen worden betaald uit de premie-inkomsten. Als de premie-inkomsten ontoereikend zijn om alle uitkeringen te betalen dan gaan de premies het volgend jaar omhoog. Dat is precies wat het afgelopen jaar is gebeurd.

Premievaste periode private verzekeraar

WGA-eigenrisicodragerschap daarentegen biedt u meer zekerheid ten aanzien van de premie. De verzekeringspremie van een private verzekeraar staat in tegenstelling tot de gedifferentieerde WGA premie namelijk niet één, maar meestal drie jaar en soms zelfs vijf jaar vast.

Na de premievaste periode stelt de verzekeraar een nieuwe premie vast op basis van de uitgekeerde schadelast in de voorgaande periode. Dit kan betekenen dat uw premie omhoog gaat.

Laat u goed informeren onder welke voorwaarden u de polis na de premievaste periode eventueel kunt beëindigen.

Invloed op het re-integratieproces

Zoals gezegd blijft u als eigenrisicodrager de eerste tien jaar van de WGA verantwoordelijkheid voor re-integratie. Dit brengt kosten met zich mee, dat is duidelijk, maar er zitten ook positieve kanten aan.

De WGA-eigenrisicodrager heeft, in tegenstelling tot de publiek verzekerde werkgever, namelijk recht op informatie vanuit UWV, werknemer, curatieve sector, etc.

Een eigenrisicodrager kan daardoor sneller en beter inschatten of de WGA-uitkering nog noodzakelijk en terecht is en is bovendien in de positie om daar actie op te ondernemen.

Proactief re-integratiebeleid

Een proactief re-integratiebeleid kan, ook na het tweede ziektejaar, nog aanzienlijk bijdragen tot eerder herstel en schadelastbeperking. Een daadwerkelijk betrokken werkgever heeft daar veel invloed op.

Veel werkgevers weten echter nog niet goed hoe ze met de kansen van het eigenrisicodragerschap om kunnen gaan. Met name de begeleiding van (ex-)werknemers blijkt in de praktijk lastig. Dit vergt nieuw beleid en goede afspraken met zowel de ex-werknemer, de verzekeraar als de arbodienst. Pakt u dit goed aan, dan leidt dat tot gunstige resultaten voor alle betrokken partijen. Als werkgever kunt u daar veel voordeel van hebben op lange termijn.

Overweegt u serieus het WGA-risico onder te brengen bij een private verzekeraar, dan zijn er een aantal praktische zaken om in de gaten te houden.

Toestemming van de Belastingdienst

Wilt u per 1 januari 2012 eigenrisicodrager worden voor de WGA, vraag dan uiterlijk 1 oktober 2011 toestemming van de Belastingdienst. Om eigenrisicodrager voor de WGA te worden heeft u toestemming van de Belastingdienst nodig.

Dit kan door middel van een formulier op de website van de Belastingdienst. Deze toestemming wordt tweemaal per jaar verleend (1 januari en 1 juli). De aanvraag moet uiterlijk dertien weken van te voren bij de belastingdienst binnen zijn.

Garantie van bank of verzekeraar

De aanvraag bij de Belastingdienst moet vergezeld zijn van een garantieverklaring. Aangezien een bankgarantie onbeperkt moet zijn in tijd en geld, is deze vaak moeilijk te verkrijgen.

Een garantie van een verzekeraar is eenvoudiger te verkrijgen en wordt door de verzekeraar verstrekt zodra de polis is gesloten. Pas daarna geeft de Belastingdienst u toestemming om eigenrisicodrager voor de WGA te worden.

Overleg met uw werknemers

Bespreek de keuze om eigenrisicodrager voor de WGA te worden, van te voren met uw werknemers. Dat kan via de Ondernemingsraad of via de personeelsvertegenwoordiging.

Het eigenrisicodragen heeft voor uw personeel namelijk ook gevolgen, omdat u als werkgever de verantwoordelijkheid overneemt van sanctieoplegging en reïntegratiebegeleiding.

Zelfstandig bestuursorgaan

Eigenrisicodragers voor de WGA zijn een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Hetgeen er op neer komt dat u als werkgever, net als UWV, sancties kunt opleggen wanneer een arbeidsgeschikte (ex)werknemer onvoldoende meewerkt aan het re-integratietraject. Op zich is dat niet iets waar u zich als werkgever al te veel zorgen om hoeft te maken.

De meeste verzekeraars bieden de WGA-eigenrisicodrager ondersteuning bij de uitvoering van het sanctiebeleid met een volledig ingerichte beroepsprocedure, advies en juridische ondersteuning. Vraag de verzekeraar hiernaar.

Stoppen met WGA eigenrisicodragerschap

Kiest u als werkgever voor WGA-eigenrisicodragen en wilt u dit een aantal jaar later weer beëindigen, dan is dat mogelijk. Teruggaan naar UWV kan namelijk elk jaar per 1 juli of 1 januari. U kunt dan echter gedurende drie jaar niet opnieuw eigenrisicodrager voor de WGA worden.

Zelf een verzekering afsluiten of via een assurantietussenpersoon?

Werkgevers met meer dan 100 werknemers kunnen bij de meeste verzekeraars een WGA-verzekering afsluiten zonder tussenkomst van een assurantietussenpersoon. Kleinere werkgevers kunnen slechts bij een beperkt aantal verzekeraars terecht als ze een WGA-verzekering willen afsluiten zonder tussenkomst van een assurantietussenpersoon. Dat hoeft niet nadelig te zijn, want assurantietussenpersonen hebben grote loonsommen uitstaan bij verzekeraars, waardoor ze gunstige voorwaarden kunnen bedingen. Deze kunnen voor kleine werkgevers zeer de moeite waard zijn.

Wel of niet eigenrisicodrager worden?

Werkgevers zijn tegenwoordig tien jaar lang financieel verantwoordelijk voor de WGA-uitkering van hun (ex)medewerkers. Op dit moment is er nog een hybride stelsel, waarbij werkgevers de keuze hebben om het risico van de WGA te verzekeren via UWV of via een private verzekeraar.

Deze keuze verdwijnt wellicht binnen enkele jaren. Veel werkgevers hebben vanuit kostenoogpunt zelf al gekozen voor privaat en daarmee voor het ‘eigenrisicodragerschap voor de WGA’. Voor u als werkgever is een afweging op dit moment aan te raden om te voorkomen, dat u straks voor een voldongen feit staat.

Concrete tips

Tot slot krijgt u enkele concrete tips en vragen voorgelegd om de afweging voor uw bedrijf te kunnen maken. Het blijft ingewikkelde materie, maar als u zichzelf de juiste vragen stelt, wordt de keuze iets eenvoudiger.

  • Tip 1 Laat de mogelijkheid om per 1 januari 2012 de overstap van publiek naar privaat te maken niet onbewust aan u voorbij gaan. U heeft tot 2 oktober 2011 de tijd om een garantieverklaring te bemachtigen en uw aanvraag voor WGA-eigenrisicodragerschap in te dienen bij de Belastingdienst.
  • Tip 2 De overstap van publiek naar privaat is voor bepaalde werkgevers financieel interessant. De huidige parameters leiden tot een aantal richtlijnen, die in dit artikel beschreven zijn. Stel vast welke richtlijnen voor uw bedrijf van toepassing zijn.
  • Tip 3 Breng het inlooprisico in kaart en overdenk het belang van verzekeren.
  • Tip 4 Laat een premieberekening door meerdere verzekeraars maken.
  • Tip 5 Wordt uw (koopsom)premie van het inlooprisico verlaagd, wanneer blijkt dat bepaalde schadelast definitief uitblijft? Laat de verzekeraar u hierover goed informeren.
  • Tip 6 Wat biedt de verzekeraar op het gebied van re-integratie? Welke ondersteuning biedt de WGA-verzekering en welke extra ondersteuning is (tegen betaling) mogelijk?
  • Tip 7 Na de premievaste periode stelt de verzekeraar de verzekeringspremie opnieuw vast. Laat de verzekeraar u informeren onder welke voorwaarden u de polis eventueel kunt beëindigen.
  • Tip 8 Krijgen werkgevers die ‘achterblijven’ bij het UWV, de rekening van de zogenaamde WGA-staartlast gepresenteerd? Niemand weet nog of het scenario van de WAO zich herhaalt, maar de dreigende WGA-staartlast is op zijn minst iets om in het achterhoofd te houden.

Tot slot

Bent u eigenrisicodrager geworden voor de WGA, stel dan in samenwerking met de verzekeraar en arbodienst een proactief beleid op ten aanzien van de WGA. Adequate regie op het re-integratie-proces, zowel voor als na ‘einde wachttijd’, leidt tot gunstige resultaten voor alle betrokken partijen.

 

Deel dit artikel

Sonja de Winterhttp://www.focusverzuimmanagement.nl/

Sonja de Winter, FOCUS VerzuimManagement is specialist op het gebied van WGA- en ZW-eigenrisicodragen. Wij ondersteunen werkgevers bij de keuze om eigenrisicodrager te worden/blijven.

Meer van deze auteur?

Meld je aan en ontvang een week lang elke dag een nieuw artikel.

Gratis 7 premium artikelen in je mailbox?

Kies dan voor BG magazine Plus:

  • Elke maand een nieuwe HR masterclass
  • Online feedback sessies met HR-experts
  • Tijdelijk lifetime korting en extra bonus
BG magazine Plus

HR zonder punaisepoetserij?